Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

963. O. Noordmans aan UM Holland

Lunteren, 10 februari 1955

Zeer geachte heer den Besten,1

dat ik mijn honorarium even te pas bracht, had natuurlijk geen persoonlijke bedoeling: enkel een zakelijke. Het diende om begrijpelijk te maken, dat ik mij deze bijzondere toevoeging aan de copij niet kon veroorloven. Daarom stelde ik u voor de keus, u verder geheel vrij latende. U zult nog kunnen nakijken, hoe ik indertijd ten opzichte van het bedrag van het honorarium direct heb toegeslagen en er bijvoegde dat ik dit in de tegenwoordige omstandigheden het juiste vond, dat ik mij ook zelf had voorgesteld. Daar denk ik nog net zo over. Maar nu uw tegenvoorstel om een tekstenlijst in te voegen vòòr de ‘Inhoud’, en dan gerangschikt naar de orde van de bijbel. Daartegen heb ik geen bezwaar, als u de kosten wilt dragen. Ik laat natuurlijk de beslissing aan u over. Ik zend u een vel 24 toe, voor fiat getekend, waarop de teksten achter de titels zijn bijgeschreven. Maar ik heb er bijgezet, dat ze niet afgedrukt mogen worden. U kunt ze dan gebruiken voor het opstellen van bedoelde tekstenlijst vòòr de ‘Inhoud’, als u daarvoor voelt. Corrigeert u in dat geval de lijst zelf? Ik ben ook bereid de teksten in bijbelse orde op te stellen en de lijst te corrigeren. Maar dat gaat moeilijk, omdat het de enige lijst was, die ik had en die door ds. Troelstra achter te titels was ingevoegd. En nu de schrik, die ik kreeg, toen ik de proef van de flap onder ogen kreeg, die u mij toezond. Daar zag ik H. van der Linde als ondertekenaar van het hele stuk. Ik hoop zeer en nog eens zeer dat het nog een proef is, die gecorrigeerd kan worden. Als de flap maar niet reeds is afgedrukt. U wilde haar toen vooraf gereed maken. Op mijn copie voor de flap, die ik u toezond, stond het zo: ‘tot een permanente paleisrevolutie’ (H. van der Linde). Die paleisrevolutie was n.l. een aanhaling van de betiteling door Van der Linde van mijn opvattingen over het werk des Geestes. Een bestrijding en geen aanbeveling. Nu zijn naam als ondertekenaar onder de flap-inhoud staat, lijkt het een april-grap. Hij is leider van een groep, die in mijn boek doorlopend bestreden wordt. En nu fungeert hij op de flap als gangmaker voor mijn boek. De flap heeft geen ondertekenaar. Een markante afwijzing van mijn opvattingen zette ik, tussen aanhalingstekens, aan ’t slot van de flap, met de naam van de schrijver daarvan tussen boogjes achter de aanhaling, zoals dat gebruikelijk is. Och schrijft u mij toch dadelijk, dat er nog niets verloren is. Ik vrees zeer. En als het nu eens te laat en de flap is afgedrukt? Wat dan? Weet u dan nog raad? Ik heb geen proef van de flap gehad, dat is zeker. Wij hebben wel over de inhoud van de flap gecorrespondeerd, maar een afdruk met portret en met Van der Linde heb ik niet onder ogen gehad voor hedenmorgen. Dat is verschrikkelijk! Voor de duidelijkheid sluit ik de flap weer hierbij in. Hiernevens gaat fiat-vel 24 separaat. Hoogachtend, met vriendelijke groet,

O. Noordmans.

(AUMH)

Noten

  1. 1

    Ad den Besten, zie brief nr. 930 (7.7.1953), n. 2.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 962. UM Holland aan O. NoordmansLunteren964. O. Noordmans aan R.C.G. Troelstra →