930. UM Holland aan O. Noordmans
Amsterdam, 7 juli 1953
Zeer geachte dominee Noordmans,
In aansluiting op wat wij enkele weken geleden bespraken, toen ik met ds. Barnard1 bij u was, kan ik u nu mededelen dat wij graag bereid zijn een nieuwe bundel meditaties van uw hand te doen verschijnen. Het is misschien het beste dat u zelf eens bekijkt, wat u daarin zoudt willen onderbrengen en ons dat even bericht. Wij hebben berekend dat het boek niet groter dan 12 vel druks mag worden, opdat wij het tegen een bereikbare prijs in de handel kunnen brengen, dat de grootte van de zetspiegel betreft, hadden wij gedachte aan 1860 aanslagen. Dat betekent dan, dat bijgaande meditatie van uw hand 3 regels langer zou worden dan drie pagina’s. U kunt het dus zelf wel ongeveer uitrekenen. Nog even iets over de keuze der stukken: het verdient o.i. aanbeveling een ruime keuze te doen uit de stukken die kort na Gods Poorten in In de Waagschaal verschenen. De nieuwere liggen mogelijk nog wat erg vers in het geheugen, al staat daar natuurlijk tegenover dat het boek niet eerder dan in het voorjaar van 1954 kan verschijnen. Wij hebben nog een heerlijke vacantie gehad in de Lunterense bossen. Ook al was het weer bijna een week lang niet zo erg zonnig. In elk geval ben ik aanmerkelijk verfrist weer aan het werk gegaan. Met vriendelijke groeten ook aan Mevrouw en van de heer van Ulzen,
Ad den Besten.2
(AN)