Stichting dr. O. Noordmans

Zondag 13

Per zondag het aantal verwijzingen.

1192113144955615738817937104411151216131314111515162017918211982042118228233624325226 27 28229230331132 33434235236137 38439 40 41 42 43 44 45346147 48149 50 51 524

Vraag 33. Waarom is hij Gods eniggeboren Zoon genaamd, zo wij toch ook Gods kinderen zijn?

Antwoord. Omdat Christus alleen de eeuwige natuurlijke Zoon Gods is. Maar wij zijn om zijnentwil uit genade tot kinderen Gods aangenomen.

Vraag 34. Waarom noemt gij Hem onze Here?

Antwoord. Omdat Hij ons met lichaam en ziel van al onze zonden, niet met goud of zilver, maar met zijn dierbaar bloed gekocht en van alle heerschappij des duivels verlost en ons alzo zich tot een eigendom gemaakt heeft.

Zoals Noordmans de tekst aanhaalt in Het koninkrijk der hemelen.

Besproken in 1

  1. Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 487

Genoemd 10

  1. Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 488

    De vraag in zondag 13 is nu, in welke zin wij Jezus' zoonschap moeten verstaan. En dan wordt daarbij nadruk gelegd, niet op de overeenkomst met het …

  2. Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 488

    … wij in zondag 12 de deelachtigheid aan zijn zalving hebben gevierd. Wanneer dat zo was, zou Christus in zondag 13 weer verder van ons af gaan, nadat Hij in zondag 12 met zijn ambten nabij gekomen was. Zo is het niet bedoeld, als hier afstand …

  3. Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 489

    … wordt het werk van Jezus Christus daar nog slechts voorlopig en samenvattend beschreven. Maar nu komt van zondag 13 af de vraag aan de orde, wie deze ambten op zich genomen heeft en hoe hij dat gedaan heeft. De belijdenis volgt dan verder de …

  4. Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 490

    … heeft en die toen uit een vrouw geworden is (Gal. 4 : 4). Niet de Zoon, die in de Twaalf artikelen en in zondag 13 wordt bedoeld en van wie in het volgende artikel en in de volgende zondag wordt beleden, dat Hij is ontvangen en geboren.

  5. vraag 33, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 489

    Die kant wil echter de Heid. Cat. niet uit. Dat blijkt ook wel heel duidelijk hieruit, dat vr. 33 staat tussen de leer van de ambten van Jezus en de verklaring van zijn titel als onze Here (vr. 34), waar de betekenis van zijn …

  6. vraag 34, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 489

    … dat vr. 33 staat tussen de leer van de ambten van Jezus en de verklaring van zijn titel als onze Here (vr. 34), waar de betekenis van zijn ambten als het ware in één woord, Here, wordt samengevat. Aan deze volgorde was dit leerboek …

  7. vraag 34, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 492

    … dat het het rijk is "onzes Heren en Zaligmakers Jezus Christus" (2 Petr. 1 : 11). Dat is precies de taal van vr. 34 en vr. 29 van de Heid. Cat., waar het eeuwig zoonschap ook aan beide kanten is geflankeerd met de titels 'Zaligmaker' en 'Here'.

  8. vraag 34, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 493

    Wij moeten thans nog spreken over vr. en antw. 34. Wij hebben iets langer, misschien, met het oog op de voor deze zondag beschikbare ruimte, te lang stilgestaan bij de vorige vr. …

  9. vraag 34, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 494

    … artikelen, die de westerse vorm zijn van de oudchristelijke doopbelijdenis. En dat is ook het schone van antw. 34, dat het in die bewogenheid deelt. Want wel getuigen alle antwoorden van de Heid. Cat. van grote innigheid en ligt er een …

  10. vraag 34, Het Koninkrijk der hemelen, VW 2, p. 508

    … is, dan dat onze Heer ons met zijn dierbaar bloed heeft gekocht en ons alzo tot zijn eigendom gemaakt heeft (vr. 34).

Bureau