Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

35. Oepke de Roos aan Oepke Noordmans

Amsterdam, 21 februari 1888

Neef Oepke,

Ontvang in de eerste plaats mijn dank voor je spoedige antwoorden. Mij dunkt, dat er tegenwoordig een goede lust tot schrijven bij je aanwezig is. Nu dat staat me wel aan. Ik houd er heel wel van om eens iets te horen en eens iets te laten horen. Ik zal dan maar beginnen om naar aanleiding van je brief iets te zeggen. Je verhaalde mij, dat het tegenwoordig zo roerig op het gymnasium toeging, dit hoorde ik ook van anderen. En ben daardoor tamelijk snel op de hoogte gekomen. Ik geloof nu dat er enkele roervinken zitten, die al hun best doen om de jongens tegen dominee van Lingen op te stoken. Zulke jongens vinden wij hier flauwe jongens. Want dominee van Lingen, zelf dolerend, laat de jongens in hun beginsel vrij. In alle andere gevallen - zijn ze hem dus gehoorzaamheid verschuldigd en moeten hem onderdanig zijn. Ook al had dominee soms ongelijk, waar hij hen straf oplegt, dan hebben de jongens toch daaraan te voldoen, indien het werkelijk geen beginselzaak is. Wie de mindere is, moet ook de mindere zijn. Dominee is over hen gesteld. Dat is het christelijk beginsel. Ook heb ik hierover met andere Zettenaren uit mijn tijd gesproken en wij stonden verbaasd over wat de tegenwoordige Zettenaren durven bestaan. Het kwam bij ons niet op om dominee strafwerk te weigeren, ook al meenden we gelijk te hebben. Ik vind daarom, dat deze heren tamelijk verwaand zijn. Wij moeten onszelf niet zo hoog en voortreffelijk wanen. Het behoort dat we ons klein gevoelen, verre beneden hem, die boven ons is gesteld. Zo wordt er hier over die Zettense geschiedenis geoordeeld. Ik meld je dit, omdat ik in je brief merkte, dat jij wel van dit gevoelen bent. Doch ik waarschuw voor dat standpunt. Het kan je gehele leven een beletsel zijn om op anderen gezegend te werken. Vooral ook aanstaande predikanten moeten daarmee rekenen. Ook heb ik het bij de Friezen altijd zo mooi gevonden, dat ze niet zo spoedig gekrenkt waren in hun eer, maar dat er bij hen nog wat door kon. Al zei iemand hun een halve waarheid. Ze konden die verdragen beter dan allerlei pluimstrijkerij. Wij Friezen houden van eerlijke, van flinke lui. Ieder moet op zijn plaats staan. Wie dan aan een ander gehoorzaamheid is verschuldigd, moet dan niet de baas willen spelen. Doch van Friesland gesproken, ik heb tegenwoordig een boek, dat over Oud Nederland handelt en waarin Friesland de bakermat van Nederland wordt genoemd.1 Daarin heb ik veel gevonden, wat ons Friezen belang inboezemt. Met de paasvacantie hoop ik het mee te nemen. Omdat ik weet, dat je anders een echte Fries bent. Tegenwoordig wens ik nog al eens in Friesland te wezen. Want het vriest steeds van belang. Het ijs is flink sterk. Doch hier in Amsterdam is het mij de moeite niet waard om de schaatsen onder te binden. In de stad namelijk is het zo vol, dat men niet een fatsoenlijke zwaai kan doen of men rolt tegen een Amsterdammer aan en buiten de stad is het ijs verbazend slecht. Ware ik in Friesland, ik zou rijden naar hartelust. Jullie doen in Zetten er zeker ook wel aan. Nu je moet je best maar doen. Maar ook van jou geloof ik, dat je liever op Frieslands bevroren wateren rondzwierf met een aardig famke achter je. Ook uit je laatste brief heb ik weer gemerkt dat je lang niet onverschillig bent ten opzichte van de Friese fammen. Nu hoe zou dat ook anders kunnen zijn in een rechtgeaarde Fries! Nu, mijn neefje, hier zal ik het deze keer bij laten. Dit is voor jou alleen bestemd hoor! Wil mij hier eens op antwoorden, als jij wilt. Ontvang ook mijn hartelijke groeten van je neef Oepke.

P.S. Onlangs heb ik verbazend kiespijn gehad. Nu is het gelukkig weer over. Gaat het jouw kiezen nogal wel?

(AN)

Noten

  1. 1

    Boek over Friesland is onbekend bij de Fryske Akademy.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 34. Oepke aan zijn ouders1. Zetten36. Oepke aan zijn ouders →