36. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium, Zetten, 12 maart 1888
Geliefde Ouders!
De laatste brief, die ik van huis ontving, bevatte niet veel plezierig nieuws, maar uit de laatste brief van Van der Meer heb ik vernomen, dat Baaije nu weer zo goed als hersteld is. Onze familie is nu al weer met twee vermeerderd.1 De vacantietijd zal niet zo lang meer aanhouden, D.V. denk ik dat wij over ruim veertien dagen vacantie krijgen. Ik ben al weer verlangend om het ouderlijk huis en mijn familiebetrekkingen eens weer terug te zien. Zoals ik in de couranten heb gelezen hebben de antirevolutionairen het te Sneek met ongeveer duizend stemmen gewonnen.2 Ze zullen wel blij geweest zijn, dat ze het nu toch eindelijk eens hebben kunnen winnen. Er is hier herstemming tussen een roomse en een antirevolutionaire. De antirevolutionaire heeft nogal wat kans, tenminste als de liberalen mee helpen. De Kamer is dus om.3 Zoals ik van Van der Meer gehoord heb, heeft meester De Jong bedankt voor de betrekking als organist in de kerk4 en is Van der Meer tot organist benoemd. Ik begrijp niet hoe dat kan, daar hij toch ook diaken is, en met het ponkje5 om moet gaan. Oepke de Roos zal zeker ook wel gauw weer thuiskomen, zeker de volgende week of over veertien dagen. De winter schijnt nu voor goed afscheid van ons genomen te hebben, want gedurende de laatste dagen valt hier verbazend veel water en ook vandaag regent het hard. Nu, ik hoop dat vader mij spoedig eens terugschrijft. Doe alstublieft de groeten aan de huisgenoten en ontvang zelf de hartelijke groeten van uw zoon
(Oepke)
(AN)