Hieronder volgen bijna integraal de notities in het dagboek van Brouwer over de kwestie, die veel verduidelijken omtrent de voorgeschiedenis van deze brief: 6.7.1933, 1 1/2- 3: ‘Klose, cand. theol. uit Bochum, komt namens Ehrenberg om hulp in ons land vragen voor de nood in Duitsl.: De Nazi’s hebben een staats-commissaris voor de kerk aangesteld. Deze stelt voor de [staten?] en voor de gemeenten weer staatscomm. aan. De besturen en kerkeraden worden ontbonden en de staatscomm. vervangt de leden door Nazi’s. Ook de Chr. bladen komen onder de staatscomm., geen vrijheid v. [richting?]; radiotoespraken zijn alles in handen der Nazi’s [...?]. Nu willen zij die een vrije kerk voorstaan, trachten vlugschriften te verspreiden en een estafettedienst van pastorie tot pastorie in te richten, om de goedwillenden, die niet de Chr. vrijheid onder de staat te gronde willen zien gaan, te sterken. Dit alles moet in ’t geheim gebeuren. Hier is ook geld voor nodig, voorlopig een 3000 Mk.: Kan dat hier in ons land bij elkaar gebracht worden, zonder publiciteit en vooral zonder namen te noemen? Prof. Ehrenberg zal wel binnenkort afgezet worden. Wordt men gewaar dat Klose met deze opdracht in ons land vertoeft, dan wordt hij naar een concentratiekamp gebracht: ook naar ’t buitenland is geen vrijheid v. woord. Ik telefoneer Oberman die hem ontvangen kan en schrijf Kohnstamm, die met Oberman en Slotemaker Jr. en De Koning internat. commissie v. Kerkopbouw vormen. In overleg met Oberman gaat Klose... ’s avonds naar Kohnstamm...’ 7.7.1933: ‘...telefoon v. Beerens: Zaterd.middag 8 juli 2 uur vergadering bij Beerens: wat te doen voor Duitsland? Hier ook: Kohnstamm, Oberman, Van Wijk, Wissing (Wereldbond), Böhl, misschien ook Obbink en Van Boetzelaer.’ 8.7.1933, 2-4 1/2: ‘Vergadering aan huis bij Beerens met Klose. Aanwezig zijn: Beerens, Kohnstamm, de hr. en mw. van Boetzelaer, prof. Böhl, dr. Wissing, prof. Obbink, prof. Noordtzij, dr. Oberman, prof. Van den Berg (Oud-Kath.), Brouwer. De Dui.: Klose en Hausmann. ...Kohnstamm leidt en geeft een korte inleiding. Klose spr. in ’t Hollands. Hausmann in ’t Dui. daarna. Toestand in Duitsl.: Von Bodelschwingh is afgetreden, maar houdt zich nog voor wettig vertegenw. der kerk, die door overmacht gedwongen is zich stil te houden. Müller-Wehrkreis-pfarrer - nu Landsbisschop. Bovendien staatscomm. voor ’t rijk, de prov. en de gemeenten. Kerkeraden en synoden zijn ontbonden, de staatscomm. zal nu de nieuwe leden benoemen, waarvan 70% moeten behooren tot de Dui. Christenen. 2 Juli moest zijn een Lob - und Dankesdienst, waarin een proclamatie voor te lezen v. dr. Ossenfeller. Klose leest daaruit voor; daartegen een (verboden) waarschuwing v. gezamenl. superintendenten. Gevraagd geestel. steun en geld: voorloopig 300 à 500 Mk. om een stil front v. belijdende Christenen te vormen. Klose is ook geweest bij Min. Slotemaker de Bruïne die van alles goed op de hoogte was en 7 juli al een vergad. had gehad met de Raad der Kerken. Deze zal een manifest doen uitgaan. Ons land is vol Dui. spionnen, heeft Slotemaker gezegd. Hausmann, schoonz. v. Kohnstamm (zelf Duitser): De strijd is nog maar i/h begin. De staat kan zich niet laten verslaan door dominees en theologen. Met manifesten moet men zeer voorzichtig zijn. Kan men in Duitsl. nu niet 300 à 500 Mk. bij elkaar brengen? Obbink heeft bij zich gehad een joods geleerde Horowicz die thans in Zandvoort verblijf houdt (nòg niet gedoopt). Hij werkte samen met prof. Gerh. Kittel. Deze stuurde hem een brochure, dat alle Joden er uit moeten! Obbink meent met Horowicz, dat er zooveel stille tegenstand gevormd wordt, dat over 2 jr. Hitler weg is. Van Boetzelaer is geweest te Belfast, vergad. v. Presbyterian Alliance. Ook daar lang en breed over Duitsl. gesproken: geen manifest opgesteld, want dan gingen de Dui. weg. Niets doen, zonder dat Duitsl. zelf er om vraagt. Brouwer: wij moeten voorzichtig zijn met voorspellingen dat het niet lang kan duren met Hitlers régime: dat werd in 1918 van de Russ. bolsjewisten gezegd, die nu nog na 15 jaar regeren - ’t werd later ook van Mussolini en ’t fascisme gezegd, dat nog regeert. We moeten trachten daadwerkel. te steunen. Er is nù - in antw. op Van Boetzelaer - een vraag uit Duitschl. Noordtzij: wij moeten de Dui overtuigen v. onze sympathie. Ook door daadwerkel. hulp. Opgemerkt wordt dat de Dui. professoren gedwongen worden door de studenten, om antisemiet te zijn, of althans Hitler te steunen. Klose zou ’t van belang vinden, als van tijd tot tijd iemand uit Holland kwam om met Dui . te spreken, en mondelinge inlichtingen te geven en te ontvangen. Kohnstamm meent dat de Wereldbond der kerken ’t aangewezen middel zou zijn voor actie. Böhl niet alles de Wereldbond. Wissing: de Wereldbond moet voorzichtig zijn tegenover Dui., juist omdat hij een Wereldbond is. Misschien ’t best een comité op te richten door de Wereldb. met allerlei personen er in, b.v. Slotemaker ook. Brouwer: ’t moet zijn een stil comité. Kohnstamm: ’t beste adres zou zijn dat v. Fräulein Lukka, die hier al was voor Sigmund Schultze. Zij is nu weer naar Engeland om hulp te vragen. (...) Besloten wordt: de Wereldbond geeft f 500,-, waarvoor wij tienen ons garant stellen. Böhl: dat later meenemen als Sperrmarken. Maar Klose heeft nù geld noodig...’ Klose kon uiteindelijk 1000 mark bijeenbrengen. Brouwer tekent op de lege bladzijde naast de aantekeningen van 8.7.1933 nog aan: ‘Zondag: (...) Klose is in de kerk geweest bij Oberman, komt dan bij ons eten. Wij spreken af: hij zal ons wel eens schrijven. Kerk = Unser Sorgenkind Von Bodelschwingh = der Vater unsres Sorgenkindes de predt. = die Ärzte unsres Sorgenk. ondertekend door Gigi (Spiessname v. Klose). Slotemaker zal mij per giro een bedrag sturen, dat dan meegenomen zal worden door Van Boetzelaer die over 14 dagen naar Duil. gaat.’ 9.7.1933: ‘ ’s Morgens gekerkt bij Oberman, die ’t over Duitsl. heeft en zelfs een aanwezige Duitser - Klose - van den geestel. steun v. Holland verzekering doet. (Gevaarl. bij de vele spionnen!)...’ Anderhalve maand later, als 21-23 augustus Brouwer in Doorn gelogeerd is, schrijft hij: ‘In Doorn komt Woensdag 23 Aug. Kohnstamm spreken over de verhoudingen in Duitsl. Hij is in Westfalen geweest. Hier wil men wel een conferentie. Zou zijn 4 en 5 Sept., wordt later 8 en 9. Ik zal er mee heen.’ Weer anderhalve week later, 4.9.1933: ‘...G. Klose komt Maandag en Dinsdag uit Bochum (Westfalen). ’t Ziet er voor ’t niet Nazi-Chr.dom niet best uit in Duitsl. Hij is op doorreis naar Engeland, waar hij 3 à 4 weken zal blijven. Kohnstamm wil dat ik op de conferentie in Westfalen een inleiding zal houden. Hiertegen heb ik groot bezwaar. Ik meen, dat er te veel van mijn aanwezigheid verwacht wordt. Bedank dus en ga niet naar Westfalen. Kohnstamm had ook dr. Evenhuis v. Kerkherstel uitgenoodigd. Hij wilde graag mee, nam het aan. Maar den laatsten dag telegrafeerde hij ’t af. Nu gingen: Kohnstamm - Oberman - Faber (vrijz.) - Ev. Jansen Schoonhoven - en de jonge Dr. Locher.’ Eerst op 14.11.1933 schrijft Brouwer weer n.a.v. het bovenstaande. Hij vermeldt dan dat op de moderamenvergadering van KO van die datum onder het agendapunt ‘Kerk en nationalisme’ Kohnstamm over de conferentie in Westfalen vertelde. Kohnstamm kondigde hierbij aan dat op 27 en 28 november een conferentie op Woudschoten was gepland. Brouwer tekent aan: ‘De vraag: Kerk en volk een zeer dringende vraag.’ De kladnotulen van deze vergadering melden dat Kohnstamm ook aandacht besteedde aan de vergadering ten huize van Beerens. Hij vertelde hoe inmiddels het ‘Bekenntnisfront’ was uitgegroeid tot een protestbeweging van 2000 predikanten. Hij was enkele malen persoonlijk in Duitsland geweest. Het was gebleken, dat men hier sterk gevoelde een nieuwe tijd in te gaan en dat men graag kritiek wilde horen. Tot dat doel was de bespreking in Bochum georganiseerd. Voor de vergadering op Woudschoten waren enkele Duitse predikanten en moderamenleden van KO uitgenodigd. Kohnstamm sprak de wens uit dat KO zich over de gebeurtenissen in Duitsland zou uitspreken, omdat het hier ging om ‘inperking van de Evangelie-vrijheid.’ Brouwer sloot zich hierbij aan. Hij was van mening dat de Staat niet zou mogen werken zonder de kritiek van de kerk. Boissevain, de latere NSB-dominee, keerde zich tegen het gebruik van dit argument in deze situatie. Men kwam niet tot een eensluidend oordeel en besloot een bijzondere moderamenvergadering aan deze zaak te wijden. Deze heeft echter niet plaatsgehad. In het vervolg werd KO in toenemende mate in beslag genomen door de Reorganisatie, de opstelling van een eigen Ontwerp en de verhouding met KH. Aan de situatie in Duitsland werd in het vervolg geen aandacht meer besteed.↩