Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam

Weergave
Passages naar Readwise sturen

213. Oepke aan zijn moeder

Idsegahuizum, 8 mei 1908

Lieve Moeder,

Terwijl ik gisteren naar de trein liep, schoot mij ineens in de gedachte, dat die trein niet verder gaat dan Sneek. Ik was dus lelijk verraden. Van de nood een deugd makende, besloot ik even bij notaris Fennema aan te gaan. Deze was echter niet thuis. Ik ben toen 4 uur op de trein gegaan naar Workum, heb mijn koffertje daar laten staan en ben door de meer naar Ferwoude gewandeld, op die weg nog even een bezoek brengend aan de familie waar de man gestorven was. In Ferwoude bezocht ik meester van der Heide en een paar zieken. Van daar ging ik naar Gaast, liep onderweg verkeerd en moest met parapluie en hoed in de hand over een sloot springen om weer op ’t pad te komen. Ik bracht het er goed af. Te Gaast vernam ik dat er nog een begrafenis was geweest in mijn afwezigheid. Bij een ouderling deed ik enige zaken af en wilde toen nog ergens een bezoek brengen toen Hantje en Harm van Dijk mij tegemoet kwamen. Ze namen mij mee en met Hantje besprak en enkele dingen over de familiezaken. Om negen uur reed ik op Hantjes fiets huiswaarts. Daar kon ik bij ’t licht van mijn acetyleen-lantaarn1 nog juist zien hoe prachtig mijn bed tulpen stond. Achter in de tuin bewonderde ik vanmorgen het prachtige bed spinazie dat gegeten kan worden. Mijn aardbeien staan uitnemend en zullen, als niet alles bevriest, veel geven. De erwten en peulen en aardappels waren boven gekomen. Bladsla en radijs genoeg en in overvloed. De pereboom begint te bloeien. In één woord: de gevangenis viel nogal mee. Vandaag heb ik tot nu toe gewerkt aan Philanthroop-zaken2 en zit nu aan de thee. Fennema schreef vanmorgen dat we bij hem wel geld kunnen krijgen. Hoe gaat het met moeder en Betsie?3 De eerste heb ik geheel, de laatste tenhalve ’t laatst op het brugje gezien. Als Betsie nu wou schrijven hoe ’t gaat? Met vriendelijke groeten, uw u liefhebbende zoon,

Oepke.

(AN)

Noten

  1. 1

    Lantaarn waarin acetyleengas brandt, een in 1816 ontdekt gas, vooral ontwikkeld uit calciumcarbide en water, gebruikt voor verlichting en metaalbewerking.↩

  2. 2

    ON was bestuurslid van de Centraal-Bond van Christelijk-Philantropische Inrichtingen in Nederland (opgericht 1901) in het ressort Friesland. Het doel van de Centraal-Bond was een ontmoetings- en arbeidscentrum te zijn van protestants-chr. opvoedings- en verplegingsinrichtingen en zorg te dragen voor de opleiding van personeel, toezicht, advies en inspectie. De Centraal-Bond ging in 1925 samen met het ‘Comité voor Inwendige Zending’; de organisatie kreeg in 1948 de naam ‘Centraal-Bond voor Inwendige Zending en christelijk maatschappelijk werk.’↩

  3. 3

    Betsie Lambers was bij Oma in Scharnegoutum.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 212. Oepke aan zijn moederIdsegahuizum en Piaam214. Oepke aan zijn moeder →