227. Oepke aan zijn moeder
Idsegahuizum, 29 januari 1909
Lieve Moeder,
Het wordt tijd dat ik schrijf. Vrijdagavond bleef ik van ongeveer zeven uur tot bij negenen aan de pastorie te Oosterend1 en moest toen nog per fiets naar Skuzum waar ik half elf arriveerde. Mij bleek dat ik mijn horloge vergeten had te Scharnegoutum. ’t Zal op de beddeplank zijn blijven liggen. Wees zo goed het even te brengen naar Carl Christiaans, omdat de stift waarmee het moet opgewonden worden er altijd uitvalt. Ik had het gaarne zo spoedig mogelijk terug. Maandag was ik in Leeuwarden. 30 augustus staat het orgel ingewijd te worden. Ik had reeds met mijnheer van Belkum afgesproken, dat die met zijn vrouw zou komen, toen ik van hem bericht ontving dat hij verhinderd was. Een van de Tiemenga’s, de dochter, is in de muziek en zal het nu wel doen waarschijnlijk. Schrijf mij eens hoe ’t gaat. Vanavond waren de beide Van Dijken hier. Met vriendelijke groeten uw u liefhebbende zoon,
Oepke.
(AN)