238. Moeder aan Oepke
Scharnegoutum, 24 augustus 1909
Geliefde zoon,
Uw briefkaart ontvangen vanmorgen en daaruit vernomen dat u een goede reis hebt gehad en geen regen onderweg gelukkig. Het was mij een verrassing want ik had vergeten u te vragen, het spijt mij dat wij laatst namelijk vrijdag niet meer over een opvolgster voor Ina gesproken hebben want de tijd gaat zijn gang. Er is niet zoveel tijd meer, morgen, woensdag nog drie weken, dan gaat Ina weg. Heeft u al eens rond gezien, anders zou ik gaarne willen, als er anders geen uitzicht is, dan zal het maar beste zijn de toevlucht tot de krant te nemen maar ik wil liever anders. Gep is hier gisterenmiddag geweest op een kopje thee en had veel zin aan mijn mooie present van u; die vond het ook heel mooi. Ik moet er ook gedurig naar zien. Het staat zo mooi in die hoek, Oepke, niet waar. U heeft mij er mee verrast, U kon mij eigenlijk niet geschikter gegeven hebben. In de hoop, dat u deze in gezondheid moogt ontvangen noem ik mij uw liefhebbende moeder
G. de Roos.
Hartelijk gegroet tot woensdag bij welzijn, dan hopen we verder af te spreken.
(AN)