254. H. van Eyck van Heslinga1 aan O. Noordmans
Berlikum, 18 januari 1910
Amice frater!
Nee, ’t was een seinschot.2 Zo is ’t mij gegaan: in september j.l. schrijf ik Flieringa3 om inlichtingen inzake Janke Fr. Krijg een een standje weer-om, omdat ik als bestuurslid4 niet weet dat de kerkeraad de zaak moet aan-brengen bij de Voogdijraad. ’k Houd mij kalm en antwoord vriendelijk. Intussen schermutselt Noordmans met Groot Enzerink,5 komt niet meer op vergaderingen van ’t Hervormd Zondagsblad, ging (naar ik meen ontstemd) van de predikanten-vergadering in september6 enz. Dat spijt mij. Ik voel voor hem en wil graag ’t mijne doen om breuken te helen, schrijf hem.7 Hij antwoordt niet. Hij verlooft zich. Ik schrijf hem.8 Hij antwoordt niets. Daar komt ’t geïncrimineerde schrijven aan “Amice collega” en eindigende: “De aangewezen persoon is ds. Oskam,9 secr. enz. Maar ’t is waar, je zit in ons bestuur. ’t Is ook zo! Neem mij niet kwalijk.”10 Ik lees en zeg: stik, en ga dan nadenken wat dit toch wezen mag. Heb ik mij als bestuurslid misdragen? Moet ik qua talis alles weten? Wil men om mij onbekende reden met mij aan ’t vechten? ’k Weet niet meer of ’t schip in mijn nabijheid vriend of vijand is en besluit een seinschot met scherp in zijn boegspriet te jagen, opdat hij zijn kleuren vertone. Moeilijk is dat niet, want hij geeft zich bloot. ’t Schot gaat af en mijn vriend hijst zijn, d.w.z. bevriende kleuren. In orde. Houd je koers maar. Ik wil ’t je wel gemakkelijk maken door ruimte te geven. Ik wist niet waarom je roerganger zo vreemd stuurde. Ik weet ’t nu en betreur dat zoveel droevigs je in beslag nam.11 Nee, de kerkeraad deelde ik alleen de zaak mede en weet allang dat ik verzoeken zou: Janke naar Deinum enz. ’k Liet, na ’t ding geschreven te hebben, een ouderling tekenen die mijn schrift niet kon lezen en wien ik zei dat ’t was over Janke naar Deinum! Nou, zo zit ’t. En nu moet ik catechiseren. ’k Heb aftrap laten blazen, de stukken zijn gesjord en alle hens is naar beneden. Alles is dus nu weer kalm aan boord. Met hartelijke groeten tt.
H. van Eyck van Heslinga.
Laat, wat mij betreft, die officiële missive maar liggen en vaar alleen voort met de boot Janke naar Deinum. “Het bestuur” heeft er niets mee te maken. Ja en dan nog iets: Was er of is er nu toch iets, waarvan je b.v. hoorde, zeg ’t mij dan s.v.p. Ik zit niet graag iemand in de weg. ’k Heb er Oskam ook gevraagd of hij er wat van wist. In haast.
(AN)