Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

413. O. Noordmans aan Th.L. Haitjema1

Laren (G.), 9 maart 1932

Hooggeleerde Heer,

Uw betuiging van leedwezen over het trekken van een voorbarige conclusie wil ik gaarne aanvaarden. Ik moet echter opmerken, dat ook uw premisse onjuist was. Ik mag niet aannemen dat mijn kennis van het Ontwerp zo volledig is als de uwe. Maar de lacune, die u in Zutphen gemeend hebt te moeten opmerken, bestond niet. De toelichting op pag. 67 was mij niet onbekend. Ik had juist in die dagen het Ontwerp nog eens nagelezen voor enige artikels, die ik bezig was te schrijven voor een Indisch blad.2 Ook de later nog meer geaccentueerde bereidheid het hoofdstuk ‘Leergeschillen en Leertucht’ te laten vallen, was mij werkelijk niet ontgaan. Reeds op een der oprichtingsvergaderingen van Kerkopbouw liep het ‘bon mot’ van iemand, die verklaard had niet voor leertucht en nog minder voor uitgestelde leertucht te zijn. Ook hadden prof. Kohnstamm3 en ik in januari j.l. een bespreking met dr. Oorthuys4 en dr. Evenhuis,5 die alleen zin had in de vooronderstelling, dat men niet wilde staan of vallen met artikelen over Leertucht in ’t Ontwerp.6 Ook wat u op de ‘Sillemhoeve’ daarover gezegd had, was wel tot mij doorgedrongen.7 Ik had op de vergadering van ‘Contact’ daarop nog de aandacht gevestigd. - U zult nu inzien welk een misverstand er in moet schuilen als u meent, dat te Zutphen op dit punt een lacune in m’n kennis van ’t Ontwerp gebleken is. Na uw repliek, waarop ik niet meer de gelegenheid kreeg te antwoorden, heb ik toen onder vier ogen niet m’n verrassing willen betuigen over een nieuwe ontdekking, maar wel de vinger willen leggen op een bij u reeds bekende omstandigheid, die u nog eens mee naar voren had gebracht, nl. dat de plaats van de Leertucht-artikelen vacant is. Mijn opvatting is namelijk, dat zij dit niet mag blijven, maar dat de oplossing daarvan moet vaststaan, als het tot reorganisatie zal komen. Inderdaad, u had nog minder recht, dan u blijkens uw brief van 8 maart j.l. meent, om mij improviserenderwijze te Zwolle ten tonele te voeren, zoals u dat deed. Met vriend. groet, Hoogachtend,

O. Noordmans.

(AN)

Noten

  1. 1

    Th. L. Haitjema, zie brief nr. 352 (24.6.1926), n. 4.↩

  2. 2

    ON was als medewerker verbonden aan het Indisch Protestantsch Kerkblad. Daarin en in het Algemeen Protestantsch Kerkblad schreef hij drie artikelen onder de titel ‘Kerkherstel en Kerkopbouw’; zie VW 5, 124-136. Ook later schreef hij in IPK. nog enkele artikelen over dit onderwerp. Deze zijn ook in VW 5 opgenomen.↩

  3. 3

    Ph.A. Kohnstamm, zie brief nr. 348 (26.5.1925), n. 4.↩

  4. 4

    G. Oorthuys, zie brief nr. 279 (mei/juni 1913), n. 14.↩

  5. 5

    R.B. Evenhuis, 1e secretaris van KH; zie brief nr. 399 (2.6.1931), n. 7.↩

  6. 6

    In de notulen van vergadering van de Cie. van Contact op 7.1.1932 staat in dit opzicht slechts: ‘Dr. Oorthuys zegt, dat we reëel moeten zijn en met de werkelijkheid en het feit, dat er ongeloof in de Kerk is binnengedrongen, moeten rekenen. Dr. Evenhuis: we hebben geen bezwaar tegen de modernen als personen, maar tegen de organisatie, die de behandeling der afwijkingen belet.’ Zie ook de brieven nr. 405 (11.1.1932) en nr. 408 (5.2.1932).↩

  7. 7

    ON doelt hier op de zomerconferentie van KH op 15.6 en 16.6.1931. Haitjema sprak daar in twaalf stellingen over ‘Leertucht en uitbanning’; zie NKL. 1 (juli 1931) nr. 11. Vgl. ON Beginselen van kerkorde, VW 5, 178v.en 111v., n. 1.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 412. Th. L. Haitjema aan O. NoordmansLaren Gld.414. Th.L. Haitjema aan O. Noordmans →