Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer

Weergave
Passages naar Readwise sturen

299. O. Noordmans aan G.A. Wumkes1

Suameer, 13 juli 1916

Geachte collega,

Nog steeds kwam het niet tot beantwoorden van uw brief van 6 juni jl.2 Ik was een paar weken met vacantie en zo bleef m’n correspondentie liggen. Veel dank voor de toezending van uw opstel over een Fries mysticus.3 Wanneer men als predikant met zulke geesten in aanraking komt is het steeds iets moeilijker om er objectief tegenover te staan dan wanneer men als literator ze aantreft. De streek hier lijdt aan ongezonde mystiekerij, waardoor de invloed van het Evangelie wordt tegengewerkt. Zoëven las ik uw Friezendom en Christendom,4 dat gij mij toezondt ter recensie in het Hervormd Zondagsblad. Nu ben ik voor enige tijd uit de redactie van ’t Hervormd Zondagsblad getreden en voor enige weken uit de ‘Friesche Predikanten Vereeniging’. De wijze waarop onze collega Groot Enzerink,5 een echte hemeldragonder, steeds z’n verwaten muil opensperde in dat blaadje, dat orgaan was van de Vereeniging, stuitte mij op den duur te zeer tegen de borst. Ik heb toen een soort portefeuillekwestie gesteld en ben, toen m’n collega’s natuurlijk met de kanselwachter6 stonden, eerst uit de redactie van ’t blad en daarna uit de vereniging getreden. Zo kan ik thans niet recenseren wat ik anders gaarne gedaan zou hebben. Ik heb de brochure met bijzonder veel genoegen gelezen. Vooral het laatste gedeelte waarin aan de Friese Beweging een positief en breed doel wordt gewezen. Ook het eerste deel is zeer goed. De beschrijving van de deugden van een stam te midden van stamgenoten, wanneer die in betoogvorm gegeven wordt, lijdt echter gevaren, die in Friesland wel minder groot zijn dan b.v. onder flaminganten,7 maar die ook, bij lezing, een zekere reserve inboezemen. In het laatste gedeelte valt, onder de aanwijzing van het mooie brede uitzicht voor de Friese beweging, dit gevaar en daarmee de onwillekeurige reserve weg en kan men zich zonder vrees voor het aannemen van enige minder gewenste pose vrijmoedig en deemoedig aan spreker of schrijver overgeven. Ik moet zeggen, dat uw uiteenzetting van het doel der Friese beweging mij wel getroffen heeft. Wanneer deze taalbeweging tevens geestesbeweging ging worden in ruimere zin dan zou daarin misschien plaats zijn voor personen, die aan de taalbeweging niet meedoen, niet omdat ze er niet mee zouden sympathiseren, maar omdat ze hun belangstelling elders hebben geconcentreerd. Ik verkeer enigszins in dat geval. Mij hebben b.v. de mensen van het Friese Réveil meer uit algemeen menselijk oogpunt belang ingeboezemd, dan dat ik het Friese daarin bijzonder heb opgemerkt. Als student heb ik, korte tijd, een bevlieging voor het Fries gehad en heb toen de Halbertsma’s en Gysbertom leren bewonderen en liefhebben.8 Later heeft zich die vleug weer gelegd. En zo is thans voor mij de Friese taalbeweging een verschijnsel dat ik niet zonder sympathie begroet, maar waarin ik mij niet meer zou kunnen begeven. Was er echter in Friesland iets te beginnen geschikt om meer in ’t algemeen invloed te oefenen op de geestelijke ontwikkeling, kerkelijk, godsdienstig en zedelijk, dan is elke aansluiting mij gewenst en ik zoek die. Voorzover ik enige aansluiting heb gehad aan onze orthodoxe kringen, raakt die hoe langer zo meer verbroken. Wij staan hier aan de meet van Nieuwe Banen9 en zoals het nu is mag het niet blijven. In dat opzicht is het in de provincie treurig gesteld. Eigenlijke leiding is er niet. En onze orthodoxie leeft zonder enig positief doel. Toch was misschien Friesland de enige provincie, en hier denk ik aan uw brochure, waar dit te gebeteren viel. De Fries is helder van hoofd en idealist. Hij is betrekkelijk gesproken los van de traditie en aardt daarmee aan! de Noorse volken. Dit is soms een groot gevaar maar op ’t moment een zeldzaam gunstige kant voor een kerkelijke orthodoxie, die de toekomst onder de ogen moet zien. Kan het hier niet, dan kan het nergens. Daarom is het zo jammer dat enkele confessionele schreeuwers zo vast het oor hebben van de Friese orthodoxie, dat ieder die niet meeloopt geïsoleerd raakt. Zou daar niets aan te doen zijn? Ik geloof met u dat de taalbeweging een machtig voertuig kan zijn voor nieuwe en oude geest. Gij ziet daarin waarschijnlijk het eigenlijke en rechte middel om de Friese geest wakker te maken en het karakteristieke Friese geestelijk leven op te roepen. Het is zeer goed mogelijk en gij hebt het in de brochure bijzonder goed aangewezen. Mijn geestelijk leven is niet typisch ‘Fries’ genoeg om daaraan mee te doen. In m’n vorige gemeente maakte midden onder een kerkeraadsvergadering een brave ouderling plotseling een eigenaardige beweging naar z’n nek en lei daarop triomfantelijk een ‘schjippetiek’10 op de tafel. ‘Der ha’k em nou, riep de man, ik haw er de hiele dei al lêst van hawn’ (vergeef mijn kakografie).11 Was ik een ras-echte Fries geweest, dan had de humor van ’t geval mij met het weinige vormelijke dat er in was verzoend. Nu had ik er moeite mee. Ieder is zoals God hem geschapen heeft en zo zult ge het hoop ik kunnen billijken dat ik, gaarne bereid tot aansluiting in algemene zin, voor de taalbeweging niet meer kan doen dan sympathiebetuigen. In verband hiermee zou het mij zeer aangenaam zijn wanneer er gelegenheid kwam voor alle Friese predikanten om eens kennis te maken. Me dunkt, we moesten dat zien gedaan te krijgen. Klein Wassink12 die ik er voor gepord had is echter nalatig geweest en had z’n correspondentie nog niet gevoerd. Hij heeft mij beloofd het te zullen doen. Inmiddels met collegiale groeten,

O. Noordmans.

P.S. Mag ik even opmerken dat in It Fryske Réveil de namen van D.J. Noordmans te Allingawier (Durkom) en D.P. Noordmans van Scharnegoutum in ‘Register fen nammen’ beide onder D.J. Noordmans staan? Dit geeft niets verder.

(PAL)

Noten

  1. 1

    G.A. Wumkes, zie brief nr. 259 (15.4.1910), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 297 (5 juni 1916).↩

  3. 3

    G.A. Wumkes, ‘Een mysticus uit de Friesche Veenen’, in: De Vrije Fries 24 (1916), 143-158.↩

  4. 4

    G.A. Wumkes Friezendom en Christendom. (Lêzing foar it Kristlik Selskip, 12 Juni) (Snits 1916).↩

  5. 5

    J.W. Groot Enzerink, zie brief nr. 224 (24.12.1908), n. 3.↩

  6. 6

    Groot Enzerink trad op als ‘kanselwachter’, dus als iemand die de wacht wilde houden bij de toelating tot de kansel.↩

  7. 7

    Actief voorstander van de Vlaamse taalbeweging.↩

  8. 8

    Vgl. brief nr. 153 (18.5.1901).↩

  9. 9

    Nieuwe Banen. Tijdschrift ter verdediging en verdieping van de christelijke wereldbeschouwing. Opgericht in 1908 door A.H. de Hartog. De eerste jaargang verscheen te Baarn, de volgende jaargangen verschenen, totdat de uitgave in 1926 gestaakt werd, te Amsterdam.↩

  10. 10

    Fr.: ook skippetiek: schapenteek.↩

  11. 11

    Fr.: Dêr ha’k em now, ik haw dêr de hiele dei al lêst fan hawn = Daar heb ik hem, ik heb er de hele dag al last van gehad.↩

  12. 12

    B. Klein Wassink, zie brief nr. 294 (7.10.1915), n. 3.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 298. G.A. Wumkes aan O. NoordmansSuameer300. G.J.A. Offerhaus aan O. Noordmans →