Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Utrecht

Weergave
Passages naar Readwise sturen

128. J.H. Gunning JHzn.1 aan O. Noordmans

Noordwijk aan Zee, zaterdagmiddag2

Amice Noordmans,

Aan zee, ietwat ongemakkelijk zittend, vergeeft ge mij wel een slordig briefje! Het uwe deed mij veel genoegen, omdat ik er enige meerdere levenslust in bespeurde, na al de donkere, moeilijke jaren die gij hebt doorgemaakt. Ik verblijd mij hartelijk in het begin van genezing dat gij constateren kunt, en hoop vurig dat het zo moge voortgaan, en gij nog eens aan studie en kerk moogt worden teruggegeven. Er hoort wel heel wat geloof toe om in uw toestand niet moedeloos te worden, en te blijven vertrouwen dat de Heer alles goed zal maken. Wat is er veel dat ons geloof schokt en belaagt! Ik heb mijn kruis in de telkens terugkerende zwakte van mijn jongen3 die deze weken weer heel weinig wel is geweest, en van wie ik soms vrees dat hij de tering krijgen zal. Moge de Heer die bange voorgevoelens beschamen, en mijn enige kind hier de vurig begeerde gezondheid schenken! Hij is nog zeer zwak, loopt een half uurtje en zit verder in een badstoel aan strand. Nieuws heb ik u hier niet mee te delen. Ik preek elke zondag twee maal, bezoek enkele zieken, en wijd mij verder aan het niets-doen - ook een tak van werkzaamheid, die gij beter hebt leren beoefenen dan ik, poor boy! Ik ben bezig de tweede Jesaja in het Hebreeuws te lezen, en geniet van die heerlijke, poëtische, hoogverheven taal. Hoe weinig kennen wij eigenlijk de profeten! En nu, carissime! Wees Gode bevolen, Moogt ge goed aansterken, en mij in september eens komen verblijden met een bezoek, dat mij duidelijk maakt dat ge helemaal beter wordt! Een handdruk van uw vriend

J.H. Gunning JHzn.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H. Gunning JHzn., zie brief nr. 67 (sept./okt. 1891), n. 1.↩

  2. 2

    Deze brief is niet gedateerd, maar kennelijk is hij van eind augustus of begin september 1897.↩

  3. 3

    J.H. Gunning JHzn. Herinneringen uit mijn leven (Utrecht 1940), 212: ‘... maar een zware beproeving was voor ons beiden de wankele gezondheid van onze enige jongen.’ Deze oudste zoon was enig kind geworden, toen de tweede stierf op 6.9.1886.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 127. Oepke aan zijn oudersUtrecht129. Oepke aan zijn ouders →