760. O. Noordmans aan R. Dijkstra1
Lunteren, 8 mei 1946
Amice Frater,
In verband met de vergaderingen in de buurt van 1 mei over onze kerkorde, ben ik iets te laat met dit schrijven. Ik hoop, dat ge dit wilt excuseren. Het zal u overigens niet ontbroken hebben aan belangstelling, bij uw 25-jarig predikantsjubileum. Mijn vrouw troost mij, nu ik haar mijn spijt biecht over mijn laat-komen. Zij zegt, dat ge nu nog iets achterna krijgt, wat ook wel prettig is. Maar laat ik, die pour parlers laten varen en tot de zaak komen. Hartelijk gelukgewenst met Mevr. Dijkstra op de gedenkdag van 1 mei. Gij zijt nog jong predikant, mijn 25-jarig jubileum ligt reeds in een grijs verleden en toch was ik ook niet zo heel vroeg, maar gij hebt uw gang door de kerk dan ook gedaan met de laarzen van klein Duimpje, de laarzen van een reus. Van De Krim in een stap naar Amsterdam, dat is nog eens de moeite waard en zal niet zo vaak voorkomen... En in Amsterdam hebt gij een mooie positie gehad. Vooral in de oorlogsjaren hebt gij met uw vrouw uw ambt verdiept en verbreed tot een ware dienst der barmhartigheid en velen geholpen met groot risico. Ik vermoed dat deze 25 jaar voor jullie omgevlogen zijn. Vooral de 21 jaar te Amsterdam, en toch stel ik mij voor, dat bij alle drukte en soesa, het leven van de geruste pastor Dijkstra, evenals dat van de landman bij Poot2 genoegelijk is heengesneld. Ik bedoel niet, dat het aan spanning en moeite ontbroken heeft. Maar er zal altijd een achtergrond van rust gebleven zijn. De humor en de pijp waren in dit geval de tekenen, ik zou haast zeggen de sacramenten van de rust die er over blijft. De grote kamer, studeerkamer en huiskamer allebei, was een soort oase en soms een asyl, temidden van het barre leven daarbuiten. En nu is er de nieuwe tijd gekomen, die wereldoorlog II, zoals de Amerikanen hem noemen, heeft ons als een reusachtige vloedgolf op een vreemd strand gezet. ’t Had ook evengoed het strand der eeuwigheid kunnen zijn, maar dit is nog niet gebeurd. Toch is het een andere ons wat vreemde wereld, helemaal thuis worden wij er niet meer. We begrijpen het, als er sprake is van gasten en vreemdelingen, een emeritaat in het kwadraat. Maar je bent nog jong, Dijkstra, nog maar 25 jaar dominee en nog maar een jaar of wat oud, toch ook al gauw emeritus, moge de humor en de pijp je vergezellen tot het einde en waarom niet? tot in eeuwigheid. Het zijn immers tekenen van een goede gesteldheid des harten. God geve jullie echter nog menig jaar, hierop deze vreemde wereld, waar de zon nog zo heerlijk schijnen kan en waar nog veel goede mensen zijn overgebleven. Met hartelijke groeten van ons beiden, aan u beiden, tt.,
O. Noordmans.
(ADijkstra)