315. O. Noordmans aan D. Boer1
Suameer, 21 mei 1920
Amice collega,
Hierbij een ‘Ingezonden’ voor het volgend nummer van het Orgaan.2 Vindt ge het te lang of wilt ge liever discussie vermijden, zend het mij dan terug. Neemt ge ’t op, wil dan even berichten. De gedachte om de traktementen weer op ’t aanvangspunt terug te laten keren lijkt mij allerdwaast. In de kracht van z’n leven werd de predikant met z’n vrouw dan in ’n besjes-huis gezet. De dorpspredikant zou dan op z’n 50e jaar het inkomen genieten van een hulponderwijzer met wat dienstjaren, of van lagere ambtenaren. Ik trachtte in het ‘In-gezonden’ uit een oogpunt van kerkelijke en algemene sociale moraal de onhoudbaarheid van deze gedachte aan te tonen. Laat mij van de gelegenheid gebruik mogen maken om u persoonlijk hulde te brengen voor de krachtige wijze waarop gij de zaken van de Bond bevordert. Ik houd van mensen waar nog eens een vonk uit kan schieten. Op de bekende lijzige kerkelijke manier zullen deze dingen zeker niet in orde komen. Er ligt nog geweldig veel of eigenlijk alles voor de boeg. Met collegiale groeten, tt.
O. Noordmans.
(ABNP)