334. O. Noordmans aan D. Boer
Suameer, 15 april 1922
Amice,
Je mededeling inzake waarborgfonds ontving ik. ’t Resultaat is inderdaad bijzonder mooi. Over de belegging zullen we dus moeten confereren. Hierbij gaat m’n ingevulde kaart. Wat het artikeltje betreft, dat je nog van mij in portefeuille hebt, of liever, dat al gezet is, dat zag ik thans liever niet meer geplaatst. Zoiets moet een beetje heet van de rooster gegeten. Blijft het maanden liggen, dan smaakt het de schrijver zelf niet meer. Wil het dus terughouden. Ik vind dat voor dit krabbeltje van mij niet erg. Wel vind ik dat wij in dit zeer belangrijke jaar 1922 alles buiten ons om laten afwikkelen. Ik had mij ons Orgaan dit jaar op z’n alleractueelst voorgesteld. Het is echter op z’n allerhuishoudelijkst, steeds in ‘chambercloak’. Ik kan dit niet geheel billijken. Wij hebben geen tijd te verliezen en nu onze organisatie ook niet ter hand genomen is heb ik het gevoel, dat ook bij sommige leden luid begint te worden, dat de wagen stilstaat. Gaan we na je herkiezing full speed verder? En is die herkiezing misschien de wissel waarover de wagen langzaam rijdt? Met vriendelijke groeten, tt.
O. Noordmans.
(ABNP)