335. O. Noordmans aan D. Boer
Suameer, 27 april 1922
Amice,
Gisteren, in de trein naar ’t noorden, had ik een interessant gesprek met collega J.W. Hannema van Holwierde,1 tevens scriba van het classikaal bestuur van Appingedam. Hij ging om met plannen om in z’n gemeente vanwege de kerkeraad hoofdelijke omslag te gaan heffen. Hij had daarover advies gevraagd van Locher te Leiden2 en Schokking,3 het kamerlid, en Slotemaker de Bruïne.4 De beide eersten hadden gemeend, dat de kerkeraad dit zou kunnen doen. Ik ried hem zich met het Bondsbureau in verbinding te stellen, maar hij was geen lid. Hij vond ’t teveel een vakvereniging. Hij was, geloof ik, wel geneigd dit stokpaard op stal te zetten, wanneer hij daardoor het voordeel van Bondssteun kon krijgen. Hij verzocht me je te schrijven, contact met hem te zoeken. Ik beloofde dit te zullen doen. Hij stelde zich voor door de Bond juridisch advies te krijgen. Ik weet niet of je hier reeds een gevestigde overtuiging hebt pro of contra. Wanneer de kerkeraad H[oofdelijke] O[mslag] kan innen, met rechtskracht, dan kan het classikaal bestuur het ook, bij onwilligheid van de kerkeraad, en konden we de kerkvoogdijen uitschakelen. Hier was dus misschien te winnen: 1° een gangmaker op een nieuw veld; 2° een classikale scriba in de classis Appingedam; 3° een nieuw bondslid. Maar pas op dat hij eerst over de brug komt, voor je als adviseur en helper optreedt. Ik sprak te Utrecht met Netelenbos.5 Die had z’n hele vermogen verloren. Hij zou, als ’t ging op z’n kaart vier maal f 25,- voor de vrijstelling invullen. Bericht mij s.v.p. even of hij ’t gedaan heeft. Saluut, tt.
O. Noordmans.
(ABNP)