Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer

Weergave
Passages naar Readwise sturen

331. O. Noordmans aan D. Boer

Suameer, 24 september 1921

Amice,

Vanmorgen ontving ik ’t Orgaan. Laat mij beginnen je hulde te brengen voor je prachtige onderschrift onder het stuk1 van Bartels.2 Iedere zin daarin snijdt hout en als geheel slaat de indruk die Bartels’ stuk zou kunnen maken, volkomen neer. Dat wil niet zeggen, dat er van Bartels’ stuk geen indruk overblijft. Ik kreeg inderdaad de indruk van goede bedoeling. Er ontbreekt in kracht, die op ’t moment niet ontbreken mocht. Ik heb m’n ogen niet kunnen geloven, toen ik het stuk van De Vrijer las: De Secretaris.3 (Er is ook een vogel van die naam). Behalve dat het persoonlijk er te dik opligt, wat voor de betrokkene iets benauwends en zelfs irriterends moet hebben, is men stupéfait, als men enige dagen geleden iets van achter de schermen gehoord heeft. Hoe kan dat samengaan? Dat 3 ‘ten onzen behoeve’ lijkt een evangelische taak. Maar is dat gechargeerde een bewijs van onevenwichtigheid in eigen gedachten? Overigens leest men het Orgaan met verbazing. Overal breekt, zelfs in de terminologie, het nieuwere motief uit. Wanneer wij niet door eigen schuld het moment laten voorbijgaan, kunnen wij winnen. Men zal of men wil of niet onze richting moeten volgen. Die indruk krijg ik ook bij wat ik doe voor de ‘vrijstelling’. Tot m’n spijt heb ik minder kunnen doen dan ik wilde. Ik had deze maand familiezaken te ordenen; na driedubbel sterfgeval. Maar m’n indruk is: we kunnen zoveel geld krijgen als wij willen. Ring Bergum alleen, waar ik voor september de enige was, die f 100 beloofde, staat nu voor f 800. Dat doet persoonlijk gesprek. En men hoeft maar een natte vinger uit te steken, en de f 100 zit er aan. Geen enkele maal was gesprek nodig. Zo schreef ik naar Ring Holwerd aan Westendorp Boerma.4 Per kerende post f 100 met belofte van medewerking. Ik schreef naar Ring Kollum aan Norel.5 Per kerende post f 100 + medewerking in z’n ring. Er is nu volgens een brief of liever een staatje van De Vrijer - De Vrijer schrijft mij geen brieven - f 10.000. Uit onze Ring stonden de meesten er nog niet op. Die komen dus nog. Als dat overal zo is, dan komt er f 20.000. En nu hebben we nog weinig persoonlijk gewerkt. Ik beschouw de zaak als gewonnen. Maar ’t kan donderdag (je convocatie kwam daar juist) tegenvallen. Mijn dank voor je brief. Nee, die mededelingen vervelen mij totaal niet. Ik ben graag op de hoogte om m’n houding te kunnen bepalen. In elk geval mag onze wagen op de duur niet wankel sporen. Het is een kwestie van beleid, op welke wijze dat evenwel moet worden verholpen. Bartels heeft het over politiek. Ik vrees, dat er ook immanente politiek in ’t spel is in ’t bestuur. Daartegen moet men dan voorzichtig zijn en niet zover uit z’n evenwicht buigen, dat een handig stootje je buiten doet tuimelen. Men moet wachten op een geschikt ogenblik om de zaak ineens te beredderen of wanneer dat niet gaat, zoveel stoom opnemen dat de hele wagen in een recht spoor meegaat. Dat is in ’t Orgaan van deze maand ’t geval. Tegengezinde gevoelens zijn daarin wel te divineren maar niet te constateren. Nolens volens6⚑ staat het blad in één toon. Maar wat wel moet, en in deze winter, dat is dat we plaatselijke bijeenkomsten organiseren van Bondsleden. A Dieu en tot ziens,

Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    C.J. Bartels, ‘Bestaanscrisis’ in OBNP. 3 (1921) nr. 7. Bartels schrijft naar aanleiding van de vrijstelling van Boer als secretaris en diens dreigement af te treden indien de leden er niet mee akkoord zouden gaan. Verder stelt hij het beleid van de BNP ter discussie, dat volgens hem niet erg gelukkig is geweest in het afgelopen jaar.↩

  2. 2

    C.J. Bartels (1882-1946) (vader van H. Bartels), herv. pred. o.a. Laren (Gld.) 1910, eerste voorzitter van de Vereniging van Kerkvoogdijen en directeur van de Raad van Beheer (1922-1930) die het Reglement op de Predikantstraktementen moest uitvoeren, later de eerste directeur van de Centrale Kas; daarna predikant te Lathum 1930, Colmschate 1932, Zevenaar 1937.↩

  3. 3

    M.J.A. de Vrijer (zie brief nr. 327 (19.5.1921), n. 1), ‘De Secretaris’, a.w., met een sterk pleidooi voor vrijstelling van de secretaris.↩

  4. 4

    N. Westendorp Boerma (1872-1951), herv. pred. te Blija 1898, Budel 1931, lector aan de kweekschool der Alg. Doopsgezinde Sociëteit 1937 en buitengewoon hoogleraar UVA 1939-1942.↩

  5. 5

    O. Norel, zie brief nr. 224 (24.12.1908), n. 5↩

  6. 6

    Lat.: goedschiks of kwaadschiks.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 330. O. Noordmans aan D. BoerSuameer332. J.W. Gunning aan O. Noordmans →