454. D. Boer1 aan O. Noordmans
Den Haag, 13 maart 1934
Amice,
Daarjuist brengt de post mij De Kerk aan het werk2 ter recensie. Ik stuur het p.o. terug, maar stel er prijs op jou te zeggen waarom. Bij het eerste inzien van de inhoud treft de omvangrijkheid daarvan en tevens de onvolkomenheid. Waar is hier het artikel dat het werk van de Bond van predikanten bestrijken zou? Een dergelijk niet anders dan opzettelijk te achten heen lopen over wat tegenwoordig toch een belangrijk onderdeel der kerkelijke activiteit heten mag, sluit bespreking in het Bondsorgaan principieel uit. Ik geef toe dat het boek interessant is. Maar dat moet dan maar elders worden gezegd. Je moet niet denken dat ik de tijd vergeten ben dat je met mij gaarne de smaadheid droeg om de wille van de Bond. Maar je hadt er nu dan toch zorg voor moeten dragen dat je boek, als het ons ostentatief negeren wil, bij ons niet vragen komt om een getuigschrift. Ik dacht dat de oude vriendschap mij verplichtte je dit open en eerlijk te zeggen. Saluut tt.
D. Boer.
(AN)