Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer

Weergave
Passages naar Readwise sturen

323. O. Noordmans aan D. Boer

Suameer, 25 februari 1921

Amice,

Prettig vond ik het, dat je m’n stuk compleet in ’t Orgaan hebt gezet.1 Niet, dat ik me niet had willen voegen in je schikking om het te splitsen, wat ik reeds gedaan had, maar het blijft toch altijd beetje een zielig gezicht als men iemand een aanloop ziet nemen en hem vier weken later over de sloot ziet springen. Als men Jut op de kop wil slaan, moet men éénmaal en dan goed toeslaan. Het Orgaan is ditmaal met z’n 48 kolommen een volumineus blad geworden. Je afrekening met Calkoen2 heb ik met grote stichting gelezen. Zo moeten ze varen, de kerels. Ook Mr. Koppius3 kreeg een aardig pensum ter bestudering op.4 In de korte tijd van het bestaan van de Bond en ’t Orgaan is wel op een wijze, zoals zelden gebeurt, gebleken hoe nodig en levensvatbaar dit optreden was. Het is gelukkig dat deze dingen thans zo voortvarend en potig als het geschiedt kunnen worden aangepakt en in ’t publiek behandeld. Want er is werk aan de winkel. Mijn kerkvoogden handhaven hun reputatie. Ik vroeg aansluiting aan ’t elektrisch net aan + installatie binnenshuis. Kerkvoogden en notabelen besloten daartoe en bovendien, wat ik niet had aangevraagd, mij de lampen te geven. Ik was verbaasd en paf van ’t prompte! Want ’t ging ook heel vlug. Of eigenlijk was ik niet verbaasd. We begrepen direct. Een der kerkvoogden is aanlegger van zulk werk en verkoper zulker lampen. We hebben één bevriende kerkvoogd. Deze zei ik, dat volgens Art. 22. Syn. Regl. Beh. de kerkvoogd niet leveren mocht.4 Hij ging voor ons vragen, wie ’t doen moest. Toen bleek, dat de anderen bedoeld hadden, dat een kerkvoogd zou leveren (nr. 2); althans nr. 3 sloeg aan nr. 1 voor nr. 2 er mee te belasten. Nr. 1. opperde art. 22. Sedert zijn nr. 2 en 3 niet te vinden voor uitvoering van ’t besluit. Ofschoon ’t nu de tijd is van aanleg en ’t overal in gang is, voor de schoonmaak, worden wij op sleeptouw gehouden. Men wil geen aanwijzing doen in verband met de uitvoering. Wat daaraan te doen? Ik berichtte voorlopig reeds aan ’t provinciaal kerkbestuur. De stemlijst, waarover ik onlangs schreef, heb ik in orde gekregen. Maar nu was er een voorlezersvacature. Kerkeraad benoemde een voorlezer. Wij vroegen vaststelling salaris aan de kerkvoogden. Deze stelden met notabelen een salaris vast. Zij berichtten mij mondeling. De benoemde bedankte, thans verzocht de kerkeraad de kerkvoogdij om officieel bereidverklaring te geven wegens traktement of om officieel te berichten, hoeveel er vastgesteld is. Wij konden dan benoemen. Kerkvoogden weigeren (althans twee hunner) officieel antwoord te geven. Wat zal men er aan doen? Er is nog werk aan de winkel. Mijn president-kerkvoogd is door ’t kantongerecht van Bergum veroordeeld een contributie voor ’t traktement te betalen, die hij wegens handreiking van z’n vader schuldig is. Hij houdt het geld in de zak. Op de laatste vergadering stelde ik de vraag of een kerkvoogd met ’t geld van de predikant in z’n zak de vergadering kan presideren. De leden maakten er niet veel van en de kerkvoogd deed lange en zalvende gebeden! Met collegiale groeten, tt.

O. Noordmans.

(ABNP)

Noten

  1. 1

    O. Noordmans, ‘Isolement’ in OBNP. 3 (15.2.1921) nr. 1; VW 5, 39-48.↩

  2. 2

    D. Boer, ‘Het Purmer schandaal’, OBNP. 3 (15.2.1921) nr. 1. Een eerder artikel over dezelfde kwestie verscheen in OBNP. 2 (15.1 2.1920) nr. 10: D. Boer, ‘De Purmer’. Bedoelde kwestie betrof een aanzienlijk verschil in de pachtsommen van kerkeland (f 125,--) in Purmer en van aangrenzend land van gelijke kwaliteit (f 500,--) van dhr. H.J. Calkoen (Edam), voorzitter van het Algemeen College van Toezicht (het centrale orgaan voor het toezicht op het beheer van de kerkelijke goederen en fondsen) en van het Provinciaal College van Toezicht in Noord-Holland.↩

  3. 3

    Mr. W.J. Koppius te Arnhem, secretaris Algemeen College van Toezicht op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde Gemeenten in Nederland.↩

  4. 4

    D. Boer, ‘Pastoriebeheer’, OBNP 4. Art. 22 van het Algemeen Reglement op het Beheer: ‘Kerkvoogden mogen middellijk noch onmiddellijk deelnemen aan onderhandsche huur of pacht van goederen of inkomsten onder hun beheer, aan leveringen of aannemingen ten behoeve der gemeente of aan het koopen van schuldvorderingen ten haren laste, waaronder echter niet zijn begrepen aandeelen in geldleeningen. Ontheffing van deze bepaling kan in het belang der gemeente door Notabelen worden verleend onder goedkeuring van het Provinciaal College.’ Zie H. de Bie Algemeen Reglement op het Beheer, 32.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 322. O. Noordmans aan D. BoerSuameer324. O. Noordmans aan D. Boer →