620. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans
Rotterdam, 26 april 1939
Waarde Noordmans,
Wanneer het mogelijk is, zou ik het wel zeer op prijs stellen, wanneer in Nieuw Kerkelijk Leven en De Nederlander een stuk kwam, door ons drieën ondertekend. Zoudt gij zelf het stuk van prof. Kohnstamm2 willen omwerken of een ander er voor in de plaats geven?3 Het zou mij spijten, wanneer gij u van uw oude wapenbroeders zoudt losmaken. Met uw boek Liturgie4 hebt gij wel een vernietigende aanval gedaan op het trouwste regiment van uw nieuw-kerkelijk front. Laten wij ons troosten, dat het regiment nog bestaat en de strijd niet opgeeft, noch voor een herstelde eredienst, noch voor een belijdende kerk. Na uw boek zal het weer een stuk moeilijker zijn om de door Gerretsen5 aangewezen weg te gaan. Ik hoop hierin trouw te zijn. Maar evenmin hoop ik u los te laten. Het zou nog wel eens kunnen blijken, dat de liturgen trouwer vrienden zullen blijken dan vele ‘soberen’. Ik denk maar weer aan ds. Gerretsen. Met hartelijke groet, gaarne uw,
W.A. Zeydner.
(AN)