635. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans
Rotterdam, 12 juli 1939
Waarde Noordmans,
Van een vriend van Gerretsen heb ik een exemplaar van de brochure van Gerretsen2 gekregen, dat ik u gaarne aanbied. Ik hoop, dat de studiecommissie3 met Van der Leeuw en u doorgaat. Het vraagstuk van de eredienst is wel een der brandendste. Met Kerkopbouw is het niet veel meer gedaan. Ik ben niet op de laatste vergadering van de Uitvoerende Commissie4 geweest. Er komt een stemming van vermoeidheid over de Reorganisatiezaak. De partijverhoudingen zijn weer sterk toegescherpt. In Rotterdam zie je dat Confessioneel en Gereformeerde Bond, al of niet voorstanders der Reorganisatie, broederlijk samengaan. Zij hebben voor de Classicale Vergadering een voorvergadering. Vorig jaar waren Groenenberg5 en ik uitgenodigd om aan de vergadering deel te nemen. Dit jaar kregen wij geen convocatie en toen ik met enkele confessionele collega’s er over sprak, werd dit gesprek zeer onaangenaam. Wij moesten maar tegenkandidaten stellen. Je wordt dan wel zeer ontmoedigd. Het partijfront is door de Reorganisatie niet doorbroken. Deze overweging leidt mij er toe Kerkopbouw nog niet op te geven. Wat zal de Synode brengen?6 Met hartelijke groet, uw vriend
W.A. Zeydner
(AN)