Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

895. W.A. Zeydner1 aan O. Noordmans2

Rotterdam, 3 februari 1951

Waarde Noordmans,

Van der Laar Krafft3 woont Kralingse Plaslaan 132, Rotterdam. Hij is niet thuis, wordt verpleegd in de Ursulakliniek te Wassenaar. Naar ik van een collega, die hem goed kent, hoorde, is hij manisch depressief. De doktoren hebben hem aangeraden weer eens aan het werk te gaan, maar hij klampt zich aan zijn ziekte vast. Hij zit soms dagen lang somber voor zich uit te staren. ‘De liefde Gods is er niet voor hem’. Toch schrijft hij nog wel eens stukjes in In de Waagschaal en het blad van de Vrije Jeugdkerk. Zijn hoop is, dat een sterke kerk hem uit deze depressie kan verlossen. De kerken der reformatie zijn te verscheurd, zijn gedachten gaan uit naar de roomse kerk. Ik heb niet gezegd, waarom ik naar de toestand van Van der Laar Krafft informeerde. Mijn zegsman zei: ‘Wanneer van hem pastorale zorg gevraagd wordt voor anderen, dan is dit sterk af te raden’. Het is een droevig geval. Ja, het plan was, dat wij als Commissie Kerkorde een slotbijeenkomst zouden hebben. De Commissie is met de aanvaarding van de kerkorde opgeheven. Ik hoorde, dat Berkelbach van der Sprenkel4 voor zo’n bijeenkomst weinig voelt, nu Severijn zijn werk in onze commissie volkomen heeft verloochend.5 Het zal aan de historicus, die deze tijd eens zal beschrijven, wel moeilijk vallen de figuur van Severijn helder uit te beelden. Ik zou zijn gezicht wel eens zonder baard willen zien. Zou hij dan nog prof. Severijn zijn? Wat een vreugde, dat Van Ruler6 weer beter wordt. Hij schijnt na de operatie nog maar een kleine maag te hebben. Hij is het laatste half jaar nogal sterk aangevallen, vooral om zijn te grote bewondering voor de vicaris.7 Bovendien wordt overmatig beslag op hem gelegd. Wij moeten zowel in de polemiek als in het diensten aan hem vragen, zorgen, dat hij wat kleinere porties krijgt. Met grote dankbaarheid heb ik gelezen wat je in Kerk en Theologie over Van der Leeuw schreef.8 Ik zou willen, dat je het nog eens uitvoeriger deed. Een woord uit Lunteren heeft steeds onze gespannen aandacht. We zijn zo dankbaar, dat God lichamelijk je zo gesterkt heeft, dat je dit werk kunt verrichten. Wil mevrouw Noordmans mijn hartelijke groet overbrengen en wees Gode bevolen door je vriend,

W.A. Zeydner.

(AN)

Noten

  1. 1

    W.A. Zeydner, zie brief nr. 595 (3.4.1938), n. 1.↩

  2. 2

    Antwoord op brief nr. 894 (2.2.1951).↩

  3. 3

    A.M. van de Laar Kraft, zie brief nr. 894 (2.2.1951), n. 2.↩

  4. 4

    S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel was Prof. Mr. Paul Scholten opgevolgd als voorzitter van de commissie.↩

  5. 5

    J. Severijn (zie brief nr. 867 (7.2.1950), n. 6) had van meet af aan ondanks zijn deelname aan de Commissie voor de Kerkorde zijn reserves tegen de kerkorde, bekritiseerde deze openlijk en deed mee aan een civiel proces ertegen.↩

  6. 6

    A.A. van Ruler, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 27.↩

  7. 7

    Voor de creatie van het vicariaat.↩

  8. 8

    ‘In memoriam prof.dr. G. van der Leeuw’, VW 4, 308-311.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 894. O. Noordmans aan W.A. ZeydnerLunteren896. G.C. van Heemstra aan O. Noordmans →