681. H. Kraemer1 aan O. Noordmans
Leiden, 15 december 1941
Waarde Noordmans,
Meer dan een maand geleden heb ik u toegezonden ter kennisname een exemplaar van mijn brochure De nood der Kerk.2 Gelijk gij begrijpt heb ik dat natuurlijk gedaan omdat ik op uw oordeel zeer veel prijs stel. Nu is het mogelijk dat de post u dit exemplaar niet heeft gebracht, maar indien de post wel haar plicht heeft gedaan dan voel ik mij toch genoopt vanwege onze goede verhouding en het belang der zaak op het ogenblik de vraag te stellen: Waarom hoor ik hierop niets? Moet ik hier iets achter zoeken of is het tot nog toe door gebrek aan tijd? In elk geval zult u wel begrijpen dat een zwijgen uwerzijds voor mij ook een zeer duidelijk spreken is, maar tevens een spreken dat ook een verantwoordelijkheid voor u betekent. Ik herhaal, terwille van onze goede verhouding en van het belang der zaak leg ik u deze vraag openhartig en vriendschappelijk voor. Met vriendelijke groeten, uw dw.,
H. Kraemer.
(AN)