690. H. Kraemer1 aan O. Noordmans
Leiden, 18 maart 1942
Waarde Noordmans,
Veel dank voor je overdrukken en voor je brief. Ik zond je een overdruk2 van mijn antwoord aan Haitjema,3 daar ik naar mijn mening daarin een antwoord geef op je categorische vraag. Mocht dat, onverhoopt, niet het geval zijn, meld het mij dan, want dan zal ik het opnieuw proberen mij duidelijk te maken. De zaak is mij veel waard, daar in je vraag m.i. een kapitaal misverstand zit t.a.v. mijn bedoelingen. Ik sta geheel buiten die tegenstelling van leer en leven. Ik strijd alleen in Nederland tegen een faktisch primairstellen van de leer boven het gezag van de dynamische werkelijkheid der openbaring, omdat ik merk dat dit een der grootste gebondenheden is in ons Nederlands Hervormde leven, bij orthodoxen en vrijzinnigen van elke kleur. Ik zou zo graag eens willen dat je in mijn geworstel eens kon horen de kreet om de ware vrijheid, waarmede Christus ons heeft vrijgemaakt, tegenover de schrikkelijke gebondenheden, die onze kerk tot in de wortelen hebben aangetast. Met vriendelijke groeten,
H. Kraemer.
(AN)