Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

683. H. Kraemer1 aan O. Noordmans

Leiden, 22 december 1941

Waarde Noordmans,

Hartelijk dank voor uw schrijven. Ik ben blij dat mijn vrijmoedige oproep dit uitvoerig gehoor gevonden heeft,2 waaruit spreekt dat gij de moeite van reageren in elk geval niet schuwt. Ik hoop dat wij nog eens gelegenheid hebben elkaar rustig te ontmoeten, al zal dat wel niet spoedig en gemakkelijk gebeuren. Daarom wil ik nu schriftelijk althans even reageren. Het moet mij n.l. van het hart dat gij mijn bedoelingen niet juist hebt opgevat en dat gij tot mijn teleurstelling op echt Hollandse wijze alleen maar gevaren signalerend en vrezen uitsprekend reageert. Ik wil de leidende figuren niet minder theologisch hebben, maar grondiger theologisch, d.w.z. bij hun theologiseren waarachtig verkerend in de eerste dimensie, waarin de christenen behoren te leven en waaruit zij behoren te denken. Ik wil de belijdenis en aardse hantering der dingen niet op zij schuiven, ik wil slechts dat zij grondiger ernstiger gehanteerd worden. Lees er slechts mijn brochure op na en gij zult dit alles vinden. Hierover wil ik thans echter niet verder corresponderen, want zulke dingen laten zich oneindig veel beter zeggen. Ik wil alleen een vraag aan u richten. Meent gij nu heus dat ooit ons kerkelijk vraagstuk een stap verder zal komen wanneer de leidende kerkelijke mannen en theologen van Nederland waaronder gij behoort, steeds volharden te staan in deze oncreatieve houding van al maar gevaren en vrezen koesteren? Ik bedoel daarmede niet dat men gevaren licht moet achten en bezorgdheden uit het oog verliezen, maar ik heb in Nederland ontdekt dat men beslissend geleid wordt door deze beduchtheid voor gevaren en de vervuldheid van vrezen. Dat is wat ik volstrekt oncreatief noem. Daaruit verklaar ik ook dat men een diepe vrees heeft, maar deze vrees is geheel onbewust, om vanuit die directe relatie tot het Evangelie te spreken en te handelen, die ik bepleit. Men is bang van de sokken te raken. Ik wil u dan wel gaarne als mijn overtuiging uitspreken dat kerkelijk en theologisch Nederland eens een keer nodig heeft grondig van de sokken te raken. De consequentie van enige redeneringen in uw brief is eenvoudig dat de belijdenis door u boven de Schrift gesteld wordt. Principieel is dat natuurlijk niet uw standpunt, maar de facto komt het er op neer en mijn streven is dat elk mens goed zal weten datgene wat de facto zijn streven en handelen beheerst en wat hij cerebraal meent wat hij is. Ook op dit gebied heersen er in Nederland fatale misverstanden, die de eenvoudigste mogelijkheden tot volstrekt noodzakelijke verandering in de kerk en in de christelijke verhoudingen tegenhouden. U weet dat ik grote eerbied voor u heb. Vandaar dat ik u zo openhartig en vriendschappelijk schrijf want het gaat mij niet om mijn meningen, maar het gaat om die grote werkelijkheden, die boven u en mij uitrijzen en waarop ik hoop dat u met uw verleden en uw inhoud een voller antwoord geeft dan uw brief doet vermoeden. Met vriendschappelijke groeten, Uw dw.

H. Kraemer.

(AN)

Noten

  1. 1

    H. Kraemer, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 3.↩

  2. 2

    Zie de brieven nr. 681 (15.12.1941) en nr. 682 (19.12.1941).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 682. O. Noordmans aan H. KraemerLaren Gld.684. H. Bartels aan O. Noordmans →