Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

700. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans

Gorssel, 29 januari 1943

Zeer waarde Noordmans!

Ge zult begrijpen, dat ik dikwijls aan je denk, nu je dagen gaat doorleven, zoals ik betrekkelijk kort geleden nog heb doorgemaakt. Hoe graag was ik je komen horen a.s. zondag. Dàt had ik me zo stellig voorgenomen, maar zie, daar was een onoverkomelijk bezwaar: hoe kom ik bij je? Zondags gaan geen bussen. Fietsen is voor mij uitgesloten. Dan een auto, vooruit, en ik naar de garagehouder. Maar dat ging niet. Hij mocht me alleen rijden als ik zelf dienst had en hij was niet te vinden om daarvan ook maar enigszins af te wijken. Trouwens, ik zou niet graag de man in moeilijkheden brengen. Dan maandag. Ook daartegen kwam bezwaar. Heel gewoon door heftige verkoudheid en wat bronchitis deze week, zodat ik nu vanaf dinsdagavond huisarrest heb. ’k Hoop zondag toch te preken. Ik moet trouwens wel, omdat de hulpprediker dan niet thuis is. Maar het zal dan afhangen van de reactie op die preekbeurt of we maandag kunnen komen. Ik zeg ‘we’ omdat mijn vrouw dan ook zou meekomen. Aangezien ik een beetje vrees dat het voorrecht bij je jubilea tegenwoordig te zijn, mij toch zal ontgaan, wil ik je dan bij dezen van harte gelukwensen met je herdenking van 40-jarige dienst in het predikambt. Je bent de kerk niet doorgevlogen, zoals men dat noemt. Hebt daarom ook niet veel lawaai en beweging gemaakt, wat onafscheidelijk aan zulk vliegen verbonden is. Maar wel heb je wonderbaar geschenen in de kerk. God heeft je op hoge kansel gesteld en heel ons vaderland heeft je gehoord en van over de grenzen hebben ze naar je geluisterd. En stil straalde je licht. Wie zal zeggen hoevelen je hebt doorhuiverd van eerbied als je spreekt over ons aller moeder.2 Wie telt ze, die velen die ontroerd zijn geworden, als je vanaf ’n licht getimmerte in ’n bos het evangelie bracht. Hoevelen danken je niet voor je Liturgie,3 Herschepping,4 Perspectieven5 en voor zo veel wat je schreef? En dan dat mooie Augustinus,6 dat je mij eens ten geschenke gaf, toe, gedenk dat alles en dank er de Heer gerust maar voor, dat je dat alles hebt mògen geven. Ik dank mee, met heel m’n hart. Zo heel rustigjes weg schreef ik: ‘vrees een beetje dat ik maandag niet zal kunnen komen.’ Het zal een hele teleurstelling voor me zijn, maar ik heb geleerd niet al te vast te rekenen op de dingen die ik hoop te kunnen doen. Zo dikwijls komt er iets tussen beiden. Toch wil dit geen klacht zijn, allerminst. God laat me van uit de verte zoveel mee genieten. Kan ik dus niet komen, toch ben ik tegenwoordig naar de geest. God geve jou, je vrouw, je kinderen en je gemeente een rijke dag. Nog eens, hartelijk gefeliciteerd en gedankt voor wat je gaf en was. Met vriendelijke groet van huis tot huis gaarne je vriend,

J.H.C. Kamsteeg.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H.C. Kamsteeg, zie brief nr. 416 (9.11.1932) n. 1.↩

  2. 2

    ‘Ons aller moeder’, meditatie n.a.v. Gen. 14:18-20 en Gal. 4:26; VW 8, 26-34.↩

  3. 3

    VW 6, 45-164.↩

  4. 4

    VW 2, 214-322.↩

  5. 5

    Geestelijke perspectieven (Amsterdam 1930); de artikelen hieruit zijn verspreid opgenomen in VW.↩

  6. 6

    VW 3, 32-198.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 699. R. Dijkstra aan O. NoordmansLaren Gld.701. W.J. Aalders aan O. Noordmans →