Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

422. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans

Gorssel, 16 maart 1933

Beste Noordmans!

Mag m’n vocatief zo blijven staan? Ik ben aanstonds bereid andere er voor in de plaats te zetten, officiëlere, meer uiting gevend aan de waardering van allerlei in u aanwezige kwaliteit, toch voor dit keer heel graag ‘beste Noordmans’, als het niet al te familiair in uw oren klinkt. Ge hebt me zo’n wonder groot genoegen gedaan met dat bezoekje in m’n grieptijd. Heus, ik waardeer collega Ossewaarde2 wel, maar graag had ik toen de Larense pastor alleen gehad. Hoe ontevreden toch weer he? En toch is het dat niet. Het is alleen maar ’n zucht juist vanuit de dankbaarheid. ’k Heb in m’n leven zo leren waarderen, blijken van vriendelijke belangstelling en het is wonderbaar hoe God dergelijke blijken in m’n leven als heeft uitgezaaid. Het maakt me zo stil gelukkig en innerlijk blij als ik achter de gewone omgangsvormen even iets zie oplichten van echte hartelijkheid en als ik proeven mag iets van toegenegenheid van ziel. Dat moet ik eerst zeggen. Maar dan. Wat hebt ge me toch ’n kostelijk geschenk gebracht met dat boekje over Augustinus.3 Het spijt me nog dat ik toen al niet hartelijker heb bedankt daar in die vrij koude hal. Maar ik durfde nog niet goed uit de kamer. Wat heb ik er al van genoten. Daar zijn er heel veel die u prijzen als ’n geleerde. En ze hebben gelijk, tot in de toppen van hun vingers toe. Maar ik las nog nergens dat ge een kunstenaar, ’n artiest zijt. En dat voel ik met onaantastbare stelligheid. Dat maakt dat Augustinus-boekje tot zo’n juweel. Die ongelofelijke beheersing van de stof, dat magistrale registreren op het klavier der wereldhistorie: m’n lieve man, dat is talent, van de hoogste soort. Daar staan zinnetjes in te blinken als louter stralend goud. Daar staan dingen in, die je ontroeren vanwege huiveringwekkende ernst. En door alles heen wordt heel dat leven van Augustinus al helderder en helderder. Dat bedoelt niet het schaduwloze, het bedoelt alleen het ongemeen duidelijke. Ik noem enkele zinnen. blz. 8 onderaan: Een zucht - en ze keren terug tot ‘het geluid van de mond.’ blz. 36 Het is een tempeltaal, waarin het woord aan de gedachte krap aangemeten is. blz. 37 Nergens zit de ziel zo vlak onder haar lettervorm als in de Confessiones. blz. 129 Hij was tweemaal de zoon zijner moeder; de eerste maal door haar bloed; dan door haar tranen. Het was dom van me, enkele dingen te noemen. Daar staan zoveel streepjes al in. Maar zoals het hier, in die plaatsen wordt gezegd, kan het alleen worden gezegd door een die door God tot kunstenaar is gesteld. Dat is het tweede wat ik zeggen wou. Nogmaals heel vriendelijk dank. Goed thuis gekomen? Geen last van die reuze-trap? Zutphen-Laren-Laren-Gorssel-Gorssel-Laren? Met hartelijke groeten van huis tot huis graag tt

J.H.C. Kamsteeg.

P.S. wilt ge me gelukkig maken met een doopbewijs van: Arendina Johanna Klooster, geb. 10 sept. ’14?

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H.C. Kamsteeg, zie brief nr. 416 (9.11.1932), n. 1.↩

  2. 2

    J.F. Ossewaarde (1892-1971), herv. pred. te Overdinkel 1919, Grijpskerke 1922, Lochem 1929-1957; van 13 juli 1942 tot 16 september 1943 was ds. Ossewaarde gegijzeld in St. Michielsgestel vanwege zijn houding tegenover de NSB en de Duitse overheid.↩

  3. 3

    Augustinus (Haarlem 1933); VW 3, 32-198.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 421. J.L.G. Gregory aan O. NoordmansLaren Gld.423. A.M. Brouwer aan O. Noordmans →