Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

781. J.H.C. Kamsteeg1 aan O. Noordmans

Gorssel, 29 januari 1947

Waarde vriend Noordmans!

Nu moèt ik je schrijven. Daar kwam het Weekblad van de Nederlandse Hervormde Kerk binnen. Daar las ik: de zon, het orgel en de preek.2 Man, man, wat is dàt mooi. ’k Heb heus even ’t water er van in m’n ogen gehad. Direct heb ik het aan Riek, m’n vrouw, voorgelezen. Denk je in: ons rustig, stil kamerke, de kachel warm, best licht en dan dat stuk van jou hardop voorlezen. We danken je allebei heler harte daarvoor. Komt nog bij: zodra ik las dat komen zou Zondaar en Bedelaar3 heb ik het besteld. Maar ‘het vertoefde’. In Goes zag ik het in de boekwinkel liggen en kocht het toen voor m’n schoonzoon. Maar nu pas deed je boek via Dixon4 uit Deventer z’n intree in ons huizeke. Dus je bent wel in onze gedachten. Ook daar las ik uit voor en het is me telkens een diepe vreugde. Laat me je eens mogen zeggen zo in ’n brief: ik vind je zo’n kunstenaar en zo’n geleerde. Waarom wordt dat eerste zo weinig geaccentueerd in de recensies die ik vaak wel eens gelezen heb? Ze zien het ook wel, vermoed ik, maar er is niemand die daar nu eens juichend en dankend van gewaagt. Laat ik het dan nu hier maar eens mogen doen, want je verkwikt me meer dan ik ooit zeggen kan. God geve dat je nog lange tijd onze kerk mag laten genieten van datgene wat God je telkens weer toevertrouwt te geven aan ons. Banning schrijft in Tijd en Taak5 over de oudjes Leon Blum (74)6 en Kamielleke (75).7 Jij bent geloof ik nog één jaartje ouder, is het niet? Het doet me deugd dat de ouderen en zeker jij nog zó hun stem laten horen. We hebben je zo nodig in onze kerk, nu de synode zo roekeloos begint met op de eerste versnelling te rijden. Iedere automobilist verzekert je dat dat hoogst gevaarlijk is en de synode zelf heeft immers wat auto’s tot haar beschikking. Die moest het dan zeker weten. En dan de jonge dominees! Het doet me soms zeer zulke wonderlijke, rommelende liturgieën de mensen moeten meemaken. Waar is toch het besef van de waarlijke aanbidding en wijding? Nu eens wat anders. ’k Had indertijd je Herschepping. Heb ik uitgeleend en de vriend zei me: ’t spijt me, maar ik ben het kwijt. Aan Wever schreef ik, aan Broese, aan Wristers,8 maar niks hoor. Heb jij soms nog een gaatje waar zoiets als dat zoekgeraakte boek in te vinden zou zijn? Hopelijk weet je nog een adres waar ik eens zou kunnen aankloppen. Wil je eens even er over denken? Graag. - Onze Krien (2e van de 3) is voor de Kerst verloofd geraakt met een Van Schuppen uit Veenendaal (Ritmeester).9 Ze kenden elkaar al jaren. Ze hebben trouwplannen. Zo jong zijn ze ook niet meer. Hij en zij verschillen maar een jaar. Ze zijn er heel blij en dankbaar mee. Kaarten hebben ze niet gestuurd, wel is advertentie geplaatst. - Wij maken het gelukkig nog goed. Alleen het lopen wil niet meer bij me. Geen adem genoeg. Met deze kou kom ik haast niet buiten. M’n bronchiën kunnen niet best tegen die scherpe kou. Riet maakt het nog goed gelukkig. En jullie beidjes en Johan? Heb ik kunnen horen dat Dina nòg niet beter is of verwar ik nu iets? Allen saam Gode bevolen. Hartel. gr. v.h.t. huis, steeds gaarne je vr.

Jan Kamsteeg.

Nog even: Ge weet dat de burgemeester van Laren10 gestorven is. Ge kent Hans van Bel.11 ’n Beste jongen maar die geen flair bezit om zich zo gunstig mogelijk te presenteren. Herhaaldelijk heeft hij al gesolliciteerd naar een burgemeestersbaantje. Tot nog toe zonder succes. Zijn ongetrouwd zijn wordt hem nogal toegerekend dan. Nu Laren vacant is, heeft hij, dacht ik, meer kans dan ergens anders. De bevolking ligt hem wel, d.w.z. mag hem wel. Maar ik ken niemand in Laren. Nu is mijn vraag: zoudt gij voor hem iets kunnen doen? Welke instanties hier even aan het bestaan van Hans van Bel moeten herinnerd worden weet ik ook niet. Trouwens wat zou ik, die van Laren geen inwoner was, ben of zijn zal, hier iets teweegbrengen. - Jouw arm is met macht, dacht ik. Toe, gebruik die arm ten gunste van onze wederzijdse vriend Hans. Hij weet - heel eerlijk zeg ik het je - niets van dit schrijven af. ’k Heb hem in geen maanden gezien of gesproken. Wil je er heus eens over denken? Nogmaals gegroet.

(AN)

Noten

  1. 1

    J.H.C. Kamsteeg, zie brief nr. 416 (9.11.1932), n. 1.↩

  2. 2

    O. Noordmans, ‘De zon, het orgel en de preek’ in WHNK 31 (25.1.1947) nr. 4; overgenomen in Kerk en Eeredienst. Nederlandsch hervormd Tijdschrift voor Liturgie 2 (1947), 162v.; VW 6, 300-303.↩

  3. 3

    O. Noordmans Zondaar en bedelaar (Amsterdam 1946); VW 8, 15-100.↩

  4. 4

    Boekhandel Dixon te Deventer.↩

  5. 5

    W. Banning, ‘Ouderen – Jongeren’ in Tijd en Taak 45 (1947), nr. 15: ‘Een tweetal artikelen uit “Het Vrije Volk” brengt me aan het piekeren. Het eerste: een warme en geestdriftig gestemde hulde aan Léon Blum, de veteraan van het Franse socialisme, die belast is met de taak van minister-president. Blum is 74 jaar. Het tweede: een sappig verhaal over Kamiel Huysmans, “Kamielleke”, die thans probeert als minister-president het schip der Belgische politiek te sturen. Kamiel is 75 jaar. Alle hulde voor deze dappere oudjes, die nog werken kunnen en willen en zich aan plicht ten opzichte van het vaderland niet onttrekken! Alle hulde, maar … Ik zeg alleen: ik weet mij gezegend, heel mijn leven door, omdat ik eenmaal heb mogen behoren bij een groep, die geloofde: ‘Wij zijn de jongeren’.’↩

  6. 6

    Leon Blum (1872-1950), Frans socialistisch staatsman.↩

  7. 7

    Camille Huysmans (1871-1968), Belgisch politicus.↩

  8. 8

    Boekhandel Wever te Franeker en de boekhandels Broese en Wristers te Utrecht.↩

  9. 9

    Van Schuppen was directeur van de Ritmeester-sigarenfabriek te Veenendaal.↩

  10. 10

    Burgemeester van Laren was Willem Lodewijk van Welderen Baron Rengers, heer van Oolde (1882-1947). P.C. Loopuyt (1906-1971) werd zijn opvolger.↩

  11. 11

    Dr. J.G. van Bel, gemeente-secretaris te Laren (Geld.).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 780. J.M. Gerritsen aan O. NoordmansLunteren782. D. Tromp aan O. Noordmans →