493. G. van der Leeuw1 aan O. Noordmans
Groningen, 12 januari 1935
Amice,
Ik zou kunnen zeggen, dat de samenwerking in Kerkopbouw niets te maken heeft met de beslissing over iemands geschiktheid als hoogleraar.2 Maar dit zul je je zelf reeds hebben gezegd. En als ik je goed begrijp, gaat het je meer om de wijze - ongetwijfeld zeer onhandig - waarop Brouwer je zijn inzichten meedeelde. Dat het onze voorzitter aan tact en soms ook aan fijngevoeligheid ontbreekt, weten we. Slechts zou ik je willen vragen ook te letten op zijn eerlijkheid. Hij had immers ook niets kunnen zeggen! Nu is hij, zo als vaker, eerlijk geweest tot in het lompe toe. En dat hij er nu niet bepaald op gebrand was je na de benoeming waarderende woorden te schrijven, kan ik ook begrijpen. Ze zouden wat zuur hebben geklonken. Wat de zaak zelf betreft, die vond ik uitermate moeilijk. Ik acht jou en de benoemde beiden even hoog, doch om geheel verschillende redenen. Berkelbach3 is een man van de practijk met juist genoeg wetenschap om een voortreffelijk kerkelijk hoogleraar te kunnen zijn, die in de kerk een zegenrijke invloed kan hebben. Jij bent onze meest oorspronkelijke theoloog. Bij een staatsvacature had je m.i. zonder meer de voorkeur verdiend. Hier was de zaak moeilijk. Jij snakt om van de boeren4 weg te kunnen. Berkelbach kan het met intens werken in de grote stad nog maar een paar jaar hoogstens volhouden. Toen Van Rhijn5 mij indertijd namen vroeg, heb ik jullie dan ook beiden met gelijke kracht aanbevolen. De leeftijd acht ik volstrekt geen bezwaar.6 Aalders7 bijv. is nu veel rijper voor een professoraat dan twintig jaar geleden. En wanneer hij vandaag benoemd moest worden, zou ik hem met volle overtuiging aanbevelen. Als Brouwer alleen daarop zijn voorkeur heeft gebaseerd, heeft hij verkeerd gedaan. Je begrijpt overigens hoezeer ik met je mee gevoel. Het is misschien een schrale troost, dat je als boerenpastor in Laren voor Kerk en theologie meer betekent dan diverse hoogleraren samen. Menselijk blijft het ellendig. Even ellendig als dat ook deze dingen beslist werden door nevenfactoren. De vrijzinnigen hebben je gestemd omdat ze Berkelbach politiek niet vertrouwen. En rechts zal ook wel politieke argumenten hebben gehad. Eén ding of liever twee: laat Kerkopbouw niet in de steek: men heeft je daar nodig. En: houd niet op met werken. Je werk wordt door zeer velen gewaardeerd als van het beste dat we hebben en zeker het oorspronkelijkste. Hoezeer ik het waardeer zal je blijken uit de scherpte van een bespreking in het Algemeen Weekblad.8 Jij behoort tot degenen, die de kunst van het theologisch denken verstaan. Die is, als die van het wijsgerig denken, zeldzaam. En leidt noodzakelijkerwijze tot eenzijdigheid. Maar stimuleert en genereert. Je leven moge moeilijk zijn, dat het onvruchtbaar zou wezen, zul je in je donkerste bui niet kunnen beweren. Hoogleraarschappen doen daaraan niets af of toe. Hartelijk gegroet, tt
G. van der Leeuw.
(AN)