510. O. Noordmans aan G. van der Leeuw1
Laren (G.), 3 september 1935
Amice,
Voor we elkaar op Bilthoven2 zien, wil ik je nog even hartelijk danken voor de toezending van je Inleiding tot de theologie3 en je artikel over Jaspers.4 Ik heb de Inleiding nog niet rustig kunnen lezen, maar heb toch reeds de indruk, dat je ons daarmee een bijzonder mooi en oriënterend boek hebt gegeven. Ik ben verbaasd over de vruchtbaarheid van je pen de laatste tijd. Het ene veel-omvattende boek na het andere komt van de pers. En dat nog wel van een Rector Magnificus met al z’n besognes! Ik zag dat we ’t soms wel, soms niet helemaal eens zijn. Zo bij de schepping; bij kerk en school. Er blijft dus nog ruimte voor gesprek en dat is goed. Nog eens hartelijk dank voor het boekwerk, dat er ook zo prettig uitziet. Met hartelijke groet, t.t.
O. Noordmans
(ARUG)