Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

847. G. van der Leeuw1 aan O. Noordmans

Groningen, 7 april 1949

Amice,

Ik ben je nog steeds een antwoord schuldig op je ontboezeming naar aanleiding van onze bijeenkomst met de rooms-katholieke broeders.2 Het merkwaardige is, dat na die vergadering Miskotte blijkbaar verontwaardigd is heengegaan (ofschoon hij ter vergadering niets heeft gezegd) en jou die verontwaardiging heeft overgedragen,3 terwijl Van der Linde4 zo enthousiast was, dat hij terstond Wending opbelde om het referaat van Van Melsen te publiceren.5 Mijn eigen indruk lag tussen deze beide uitersten. Als minister (en later!) heb ik van de sociaal-politieke houding van onze roomse broeders genoeg gemerkt om ernstig bezorgd te zijn. Toch wil ik doorgaan met roomsen te praten, eenvoudig omdat het christenplicht is. En ik verwacht ook niets van polemiek onzerzijds, al moeten we dat ook wel eens een keer doen en heb ik het onlangs in Wending6 geprobeerd. Wat wij moeten trachten is: een eigen christelijke cultuur te vormen, zoals Rome dat allang heeft gedaan. Zolang wij geen eigen politieke, sociale, esthetische lijn volgen, zullen wij machteloos staan. Hoe maak je het overigens? Ik zou je graag weer eens ergens ontmoeten. Met hartelijke groet je

G. van der Leeuw.

(AN)

Noten

  1. 1

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 837 (7.1.1949).↩

  3. 3

    Zie brief nr. 836 (5.1.1949).↩

  4. 4

    H. van der Linde (geb. 1915), herv. pred. te Beek-Ubbergen 1944, promoveerde 1947 RUU over Rome en de Una Sancta, studiesecretaris van de Raad van Kerken 1948-1953, pred. te Utrecht en Middelburg, ging in 1960 over tot de roomse kerk, lector aan de KUN 1961, hoogleraar oecumenica aldaar 1964, priesterwijding 1967.↩

  5. 5

    A.G.M. van Melsen (zie brief nr. 836 (5.1.1949), n. 11), ‘Reflecties van een twintigste-eeuwse Nederlandse katholiek over de tolerantie’ in Wending 4 (1949/1950), 239-253. Hieraan refereert ON in zijn artikel ‘Het canoniek recht’, eveneens in Wending.↩

  6. 6

    Van der Leeuw schreef ‘Het cultureel aspect van de confessionele splitsing in de Kerk van Christus’, Wending 2 (1948), 647v.; ‘De Strijd om de toekomst van Europa’, Wending 3 (1948), 4v.; ‘Nihilisme en Christelijk geloof. Een briefwisseling’, Wending 4 (1949), 2v.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 846. O. Noordmans aan G.C. van NiftrikLunteren848. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →