Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

837. O. Noordmans aan G. van der Leeuw1

Lunteren, 7 januari 1949

Waarde Van der Leeuw,

Tot mijn spijt kon ik ook dit jaar weer niet aan de conferentie met Rome op 4 januari2 deelnemen. Dit doet mij te meer leed, omdat ik daardoor alweer een gelegenheid heb gemist je te ontmoeten. Mijn gezondheidstoestand is nog niet geheel bevredigend, ofschoon niet verontrustend. Vermoedelijk is het een vermoeidheid van de laatste moeilijke jaren, die bezig is uit te slijten. Ik ben beter dan verleden jaar omstreeks deze tijd, toen het mij begon te hinderen gewoon door te werken. Ik kan nu weer beter wat doen. Waar ik op komen wou, is de aangelegenheid, waar het in Veritas3 over ging, over kerk en staat, macht en recht, het bonum commune,4 enz. Ik ontving daarover een ontboezeming van Miskotte,5 die van de sfeer nog al geschrokken was. Ik werd in dezelfde sfeer zopas verplaatst door de lezing van een artikeltje van Pauwels in Het Schild van januari 1949.6 Pauwels komt tot geruststellende conclusies ten opzichte van wat ons te wachten staat. Hij deduceert uit de roomse beginselen de moderne godsdienstigheid, met inachtneming van zijn stelling, voor het geval hij zich daarin mocht vergissen, nu reeds aan. Ik moet bekennen, dat de lezing van zo’n stuk, waarin scholastisch en casuïstisch ons lot, ons toekomstig lot als protestantse Nederlanders, wordt overwogen, mij er vrede mee doet hebben, dat ik Van Melsen7 op 4 januari niet heb bijgewoond. Het is om uit je vel te springen, als je deze paters, die zich vet mesten op de vrijheid, die onze vaders hebben bevochten, zo kalm de messen hoort slijpen, met de verzekering dat ze niet van plan zijn ons daarmee een haar te krenken. Ik vond deze zomer de uiting van Barth, dat Rome erger is dan het communisme, wat academisch en tegelijk overdreven. Ik ben op ’t ogenblik geneigd hem bij te vallen. Het is beter, zoals in Oost-Duitsland, onder de knoet van Stalin op zondag stenen te zitten bikken, dan de moraal van de Jezuïeten als een glibberig slijm over je heen te krijgen. Het is om te huilen als je er aan denkt, dat dat onze naaste toekomst zou kunnen zijn. En dat onze westerse christenheid eerst deze stormloop van zwartrokken zou moeten ondergaan, en dan natuurlijk voorgoed. Zullen wij doorgaan met Roomsen te praten tot zij ons met het oog op het ‘bonum commune’, het woord ontnemen? Je weet van de Peud en de Kraoje. De kraoje: ‘Peud kruip uit!’ ‘Wilst me pekke’ zeide Peud. ‘Ik ’n ’t doe’, zei de Kraoje. - Peud kruipt uit. Pekke did de Kraoje. ‘’k Had epeinsd’, zei de Peud. Misschien weet je er raad op. Ik niet. Met hartelijke groet,

O. Noordmans.

(ARUG)

Noten

  1. 1

    G. van der Leeuw, zie brief nr. 349 (27.7.1925), n. 1.↩

  2. 2

    Conferentie van de Rooms-katholieke en Protestantse theologen op 4.1.1949.↩

  3. 3

    De bijeenkomst vond plaats in de studentensociëteit Veritas te Utrecht.↩

  4. 4

    Lat.: het gemeenschappelijk goed.↩

  5. 5

    Zie brief nr. 836 (5.1.1949).↩

  6. 6

    G.F. Pauwels O.P., ‘Godsdienstvrijheid en gewetensvrijheid’ in Het Schild 26 (1948/49), 145-153. ON refereert aan dit artikel in ‘Het canonieke recht’ in Wending , VW 5, 604-616 (zie 611).↩

  7. 7

    A.G.M. van Melsen, zie brief nr. 836 (5.1.1949), n. 10.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 836. K.H. Miskotte aan O. Noordmans8. Lunteren838. O. Noordmans aan J.J. Buskes →