Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

423. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Utrecht, 24 maart 1933

Amice frater,

Je zult wel gezien hebben dat in ’t blad van ‘Kerkherstel’ zowel Haitjema1 als Oorthuys2 hoopvol op je brochure over kerkorde gereageerd hebben.3 Is het ook gewenst, daarop te antwoorden of is het beter te wachten tot de publicatie van ons voorstel?4 Wij zouden je graag in ’t volgend nummer van ‘Kerkopbouw’ eens aan ’t woord hebben. Misschien heb je wel iets. Ik lees met grote belangstelling Augustinus.5 Dat is mooi werk. Ik heb het nog niet door - er komt telkens wat anders tussen door, dat dan noodzakelijk weer voor moet gaan -, maar later hoop ik er nog wel op terug te komen. We hadden de vorige week Brunner hier, die, zoals ik uit zijn Das Gebot und die Ordnungen wel vermoedde, een beslist tegenstander van procesmatige leertucht bleek te zijn. Hij wou met de extreem-afdwalenden praten en ze van hun ongelijk overtuigen. Keine Lehrzucht! Art. 28 van de Confessio Belgica achtte hij ‘ganz falsch.’6 Hartelijke groeten van huis tot huis tt

Nus Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    Th. L. Haitjema, zie brief nr. 352 (24.6.1926), n. 4.↩

  2. 2

    G. Oorthuys, zie brief nr. 279 (mei/juni 1913), n. 14.↩

  3. 3

    Zij wijden waarderende woorden aan de brochure (Beginselen van Kerkorde, VW 5, 172-193) en spreken de hoop uit dat ON’s ideeën over leertucht hun doorwerking zullen hebben in het reorganisatie-ontwerp van KO. Haitjema schuwt echter niet een stevige kritische noot te kraken, waar Oorthuys zich volledig achter stelt en zich in zijn bespreking verder bepaalt tot een weergave van de inhoud. (Vgl. VW 5, 186, n. 1). Haitjema spreekt de hoop uit dat ‘deze rijke brochure’ ook in orthodoxe kring veel zal worden bestudeerd, want ‘Ds. Noordmans neemt het zeer beslist op voor een belijdende kerk mèt leertucht.’ Even verder zet hij zijn kritische noten in met de opmerking: ‘Bij de kerkrechtelijke uitwerking dezer beginselen zal Ds. Noordmans ook nog wel eens tot correctie van overspannen tegenstellingen in het trekken van beginsellijnen genoopt worden.’ Na een tweetal concrete voorbeelden hiervan, de tegenstelling tussen scheppingsorde en genade-orde (VW 5, 177) en die tussen de empirische en de ethische ketter (VW 5, 178) schrijft Haitjema zeer benieuwd te zijn naar de reglementaire uitwerking van de beginselen van het Ontwerp-KO, dat in voorbereiding is. Cruciaal is dan het uitgebreide vervolg over de ‘verpolitieking van het kerkelijk leven.’ Haitjema concludeert dat Noordmans daartegen wil waken en dat hij zich ‘in dat opzicht van harte naast hem op de wachttoren stelt.’ Zijn bezwaar is echter dat Noordmans in zijn betoog te weinig kritiek laat horen op de bestaande organisatie van de NHK. Dat beschouwt hij als een belangrijke leemte in de brochure: ‘De lijn van Calvijn naar Voetius wordt door den schrijver zeer terecht gezien als een afloopende lijn...Het heeft mij echter verbaasd, dat Noordmans zó uitsluitend naar deze aflopende lijn der ‘verpolitieking’, welke over Voetius en Kuyper loopt, wijst. Alsof de werkelijkheid van ons huidige reglementair-kerkelijke leven niet nog veel schrikbarender “verpolitieking” toonde!...De roep om reorganisatie ... krijgt alleen dan den vol-profetische klank, wanneer hij uit den nood van de kennis der tegenwoordige zondige werkelijkheid wordt geboren.’ Kritische vragen stelt Haitjema n.a.v. Noordmans’ betoog, dat KO tegen ‘processuele leertucht’ is, omdat het tegen de ‘verpolitieking der tucht’ verzet aantekenen moet (zie VW 5, 182): ‘... waarom heeft dan ‘Kerkopbouw’ niet van meet af scherp en beslist getuigd tegen de huidige reglementeering der tucht, ook der leertucht? En waarom bleef deze Vereeniging hardnekkig vechten tegen de windmolens der Kuyperiaanse ‘verpolitieking’ in de verte, die gesignaleerd werden achter het reorganisatie-ontwerp 1929, terwijl alle leden der herv. Kerk, Kerkopbouwers en Kerkherstellers beide, gekneld lagen in de greep van de ‘verpolitieking’ van het thans geldende reglementaire kader?’ Haitjema trekt de conclusie dat ‘de Voetiaans-Kuyperiaanse ‘verpolitieking’ van het kerkelijk leven’ de betreurenswaardige vrucht is van, wat hij noemt, het ‘humanisme van den vromen, wedergeboren ‘belijder’.’ Hij zegt daarvan: ‘De supra-naturalistische, oud-liberale ‘verpolitieking’ van ons kerkelijk leven mag daartegenover echter geen oogenblik uit het vizier verloren worden. Daarvan zeg ik, dat ze in onze concrete situatie ‘veel erger’ is, omdat zij thans aan onze Hervormde Kerk den adem benauwt (bedoelt Ds. Noordmans met ‘het politiek kerkelijke humanisme’, dat hij...’veel erger’ vindt (VW 5, 178; red.) inderdaad ook dit humanisme, dat onze huidige kerkelijke samenleving ontluistert?). Het is bovendien een politiek-kerkelijke vorm van humanisme, die alle bijzondere openbaring als zodanig dubieus stelt, - wat noch aan Voetius noch aan Kuyper op gelijke wijze kan verweten worden.’ Haitjema besluit vervolgens: ‘‘Kerkherstel’ wil zich gaarne laten waarschuwen tegen het kielzog van de ‘kerken van Kuyper’ (VW 5, 174; red.) Wij hebben dat ernstig ter harte te nemen. Mag ik van Ds. Noordmans vragen, mij met zijn invloedrijke stem te steunen, wanneer het er om gaat ‘Kerkopbouw’ te waarschuwen tegen het kielzog der 19e eeuwse ‘vrije Volkskerk’-verheerlijking ...’↩

  4. 4

    ON reageerde niet onmiddelijk op Haitjema en Oorthuys in KO. Pas in KO 2 (juni 1933) nr. 2 werd weer iets van ON vernomen in de vorm van een verslag van een lezing (VW 5, 203-209; zie ook brief nr. 426 (29.5.1933)).↩

  5. 5

    Augustinus (Haarlem 1933), VW 3, 32-198.↩

  6. 6

    Brunner bezocht Utrecht en gaf daar op 15 maart een college over de kerk. Brouwer deed daarvan verslag in KO 1 (april 1933) nr. 11.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 422. J.H.C. Kamsteeg aan O. NoordmansLaren Gld.424. P.C. IJsseling aan O. Noordmans →