481. J. Koopmans1 aan O. Noordmans
’s Heer Hendrikskinderen, 22 december 1934
Hooggeachte ds. Noordmans,
Zeer dank ik u voor uw omgaand antwoord. Het sterkt me in de verheugende overtuiging, dat ik u in hoofdzaak niet heb misverstaan. Uw bezwaar tegen een ‘Theologie der Lage’ heb ik in mijn schrijven aan de auteurs2 met name tegen Tromp3 ingebracht, die het meest ‘verharrt’ in de positie van de inzet der Zwitserse theologie. En evenals u over de fenomenologie schrijft: ‘Ik zou hier meer willen uitgaan van de leer des Heiligen Geestes,’ heb ik in de correspondentie met dr. Miskotte opgemerkt, dat ik het uitgangspunt liever in de theologie zou willen nemen, en dan met name geen twijfel laten bestaan over het Woord-karakter der openbaring in de Schrift; juist dit is ‘gemeenschapsplicht’ (om met Miskotte te spreken). ‘Komt tijd, komt raad.’ We zijn vaak zo bang, dat we de tijd niet zullen hebben. Kerk en theologie hebben dat echter wel. - Ik heb de kwestie van de vertaling van de titel ‘de doctrina christiana’ eens uitgezocht en er een artikeltje van gemaakt voor de Vox theologica,4 dat ik u, als het wordt opgenomen, wel zal toezenden. Nogmaals dank ik u zeer voor uw toelichtingen. Met vriendelijke groeten en de meeste hoogachting, uw dw.
J. Koopmans.
(AN)