Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

482. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Laren (G.), 27 december 1934

Amice,

Laat mij, in de feestdagen-pauze, even mogen antwoorden op uw schrijven van 14 december j.l. Hartelijk dank voor dit bewijs van belangstelling in de kerkelijke constellatie, waaronder ik deze vier weken sta. Een ‘mogelijkheid’ is een wonderlijk ding. We zullen maar rustig afwachten wat de synode1 doen zal. En nu heb ik nog niet geantwoord op uw schrijven van 28 november, over Herschepping.2 De lyrische aanhef mag ik zeker wel glimlachend over mij heen laten gaan. Natuurlijk deed het mij goed te vernemen, dat gij iets aan het boek te waarderen vindt. Ook ben ik er mee ingenomen dat ik, naar aanleiding van de ‘nieuwe continuïteitsleer’3 niet als dialectische ketter behoef te gelden, volgens uw oordeel. - Nieuwe bezwaren komen om de hoek kijken bij de leer der schepping en der voorzienigheid. Dit verwondert mij allerminst. Mijn boek is hier wel zeer paradoxaal ingesteld. Een beetje op de manier van het ‘aux grands maux les grands remèdes.’ Maar ik heb in de ‘vaart naar het einde,’ zoals gij ’t noemt, toch reeds enige remming gebracht, door mijn theologische interpretatie van het ‘leven’.4 Of het mogelijk en raadzaam is dit nog op een andere wijze te doen door de ‘hulè’5 en het gegevene als ballast aan de openbaring mee te geven, zodat het geloof aan de Schepper aanvulling wordt van het geloof aan de katastrofaal zich openbarende God (uw boek),6 zou ik nog niet durven zeggen. Het theoretische krijgt dan grote plaats en dat is in de prediking moeilijker te assimileren dan het practische. Overigens wil ik sommige dingen graag zwevend laten. Ik voel niet altijd even sterk de noodzakelijkheid om ze uit te maken op termijn. Dit kan incidenteel gebeuren, min of meer pragmatisch, naar de noden des tijds en des levens. Dat hangt samen met het Trooster-ambt van de Heilige Geest ... In dat opzicht vindiceer ik wel eens het Nederlands karakter van onze theologie tegenover de Duitse. Eigenlijk bedoel ik daarmee een theologische manier van denken aan te bevelen. Nogmaals dank voor uw beide brieven, met hartelijke groet, tt.

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 483 (29.12.1934); Miskotte las het woord ‘synode’ bij eerste lezing als ‘genade’.↩

  2. 2

    Zie brief nr. 477 (28.11.1934).↩

  3. 3

    Zie brief nr. 477 (28.11.1934), n. 5.↩

  4. 4

    Zie VW 2, 313v.,315vv.↩

  5. 5

    Zie brief nr. 477 (28.11.1934), n. 9.↩

  6. 6

    Nl. Het wezen der joodse religie, 501.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 481. J. Koopmans aan O. NoordmansLaren Gld.483. K.H. Miskotte aan O. Noordmans →