528. P. Scholten1 aan O. Noordmans
Amsterdam, 10 october 1935
Hooggeachte dr. Noordmans,
Het is mij een bizonder genoegen u met uw benoeming tot doctor honoris causa geluk te wensen. Als ooit een doctoraat verdiend was, dan is het dit. Ik durf dit te zeggen hoewel ik geen theoloog ben, omdat ik voor eigen verheldering zoveel van uw arbeid op verwant gebied van heel wat theologische lectuur kennis heb genomen, nergens heb ik bij Nederlandse auteurs zulke en diepe behandeling der vragen gevonden als bij u. Geen artikel van u kan ik lezen zonder daardoor aan het nadenken te zijn gezet. Tegenover uw Herschepping en uw Augustinus heb ik het gevoel, er telkens weer naar te moeten teruggrijpen. Gij begrijpt dus, hoezeer ik mij verheug over de - zij het late - erkenning van uw werk. Ik hoop van harte, dat gij het Nederlandse publiek dat in deze dagen meeleeft nog met vele belangrijke werken zult verblijden. God geve u daartoe de kracht, met vriendelijke groeten, Uw,
Scholten.
(AN)