Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

692. P. Scholten1 aan O. Noordmans

Valkenburg (L.), 12 mei 1942

Hotel Smeets-Huyzen

Muntstraat 6

Zeer geachte ds. Noordmans,

Ik weet niet of het u verbazen zal, een brief van mij uit Valkenburg te krijgen. Zo ja, dan kortelijk tot uw inlichting dit: Ik ben door de Duitse autoriteit ontslagen als hoogleraar en mij is als verblijfplaats Valkenburg aangewezen.2 In deze plaats heb ik zelf mijn woning mogen kiezen, mijn vrouw is bij mij en ik mag mij vrijelijk bewegen, doch ik mag haar niet verlaten. Het had erger kunnen zijn. We genieten hier van de rust, waaraan ik na een vermoeiende winter wel behoefte had en het land is mooi in deze voorjaarsdagen. Van alle practische arbeid ben ik nu afgesneden. Daartoe behoorde ook het voorzitterschap van een der sub-commissies van Kerkelijk Overleg, nl. van die van Beginselen van Kerkorde.3 Ge weet, dat de reorganisatie voorlopig was opgeschort: men achtte het er nu de tijd niet voor, hoopte ook dat de veranderingen, wier noodzakelijkheid erkend werd, van onder op uit het werk zelf zouden opkomen. Die verwachting is in zoverre vervuld, dat uit de arbeid in de subcommissie van Gemeenteopbouw - die waarlijk niet gemakkelijk was, maar die toch wel vruchten draagt - de noodzakelijkheid bleek toch zich de vraag te stellen, of niet in enige vorm, zonder de richtingsstrijd te ontketenen of oud zeer uit de strijd over ons ontwerp van 1938 op te roepen, met de reorganisatie een aanvang moest worden gemaakt. Die taak werd aan de genoemde subcommissie opgedragen, ik werd met het voorzitterschap belast; overigens werden er alleen mensen in benoemd, die nog niet actief deelnamen aan een der vroegere ontwerpen en commissies of aan hun bestrijding.4 De commissie heeft nog niet vergaderd. Nu was het mijn plan aan die commissie een denkbeeld voor te leggen, dat ik nu nog overweeg. Het staat buiten alle politiek en correspondentie daarover, al zou zij worden gecontroleerd, - wat ik niet weet - is stellig geoorloofd. Dat denkbeeld is de regeling van de samenstelling der synode uit het ontwerp-1938 te lichten en dit stuk dan alleen in te voeren. Later kan dan een nieuw samengestelde, andere synode, waarin de kerk werkelijk spreekt, over de brandende vragen van tucht, van verwijzing naar de belijdenis, van behandeling der ‘schare’ en wat er meer toe hoort, oordelen. Mijn vraag is nu: hoe denkt ge hierover? Acht gij het mogelijk en wenselijk? Tactisch heeft het voor, dat het wellicht een kans heeft, maar ook principieel is het te verdedigen: eerst een goede vertegenwoordiging der kerk in de synode, dan de nieuw gebouwde kerk. Gij zoudt mij een genoegen doen mij uw oordeel mede te delen. Sinds het najaar hebben wij niets van elkaar bemerkt. Dat was in deze omstandigheden niet mogelijk. Toch had ik u gaarne weer eens ontmoet. Gaarne ook uw reactie op wat wij beleefden gehoord. Gij hebt wel alleen gestaan, terwijl wij ons sterk verbonden gevoelden. Toch bleef in de geest ook de band met u. Hebt ge uw gedachten al eens laten gaan over de vraag wat de kerk, als eens de vrede zal zijn weergekeerd, te zeggen heeft? Er zouden nog meer vragen te stellen zijn, doch ik laat het hierbij en voeg de hartelijke groeten van mijn vrouw bij de mijne, ook aan uw vrouw. tt.

Scholten.

(AN)

Noten

  1. 1

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  2. 2

    P. Scholten was sedert september 1940 voorzitter van de werkgroep Kerk en Overheid. In die hoedanigheid had hij een belangrijk aandeel in de opstelling van tal van protestschrijvens tegen de Duitse bezetters en in het eerste herderlijke schrijven van september 1941. Tevens was hij enige tijd voorzitter van het Convent der Kerken. Hij nam in januari 1942 deel aan de besprekingen met Schrieke die leidden tot de audiëntie bij Seyss Inquart (zie brief nr. 688 (4.3.1942), n. 11). Door de NHK werd hij aangewezen als woordvoerder, maar niet als zodanig door de Rijks-commissaris geaccepteerd. Vervolgens werd hij gearresteerd en verbannen, eerst naar Valkenburg, later naar Hulshorst op de Veluwe. Zijn plaats werd ingenomen door W.J. Aalders.↩

  3. 3

    Deze cie. werd in februari 1942 ingesteld en ontwierp onder voorzitterschap van S. een zgn. ‘Werkorde’. Deze Werkorde is onder de officiële betiteling van Additioneele artikelen bij het Algemeen Reglement voor de Hervormde Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden opgenomen in De Reglementen der Nederlandsche Hervormde Kerk, met aanteekeningen, uitgegeven op last van de Algemeene Synodale Commissie (’s-Gravenhage 1948) 80 (2e nooduitgave), 48-56. Zie brief nr. 722 (25.4.1944). Zie: W. Balke / H. Oostenbrink-Evers De Commissie voor de Werkorde (1942-1944) (Zoetermeer 1995); idem De Commissie voor de Kerkorde (1945-1950) (Zoetermeer 1993).↩

  4. 4

    De leden der cie. toen de Werkorde in april 1944 in eerste lezing door de synode werd aanvaard: P. Scholten, S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel, E. Emmen, K.H.E. Gravemeijer, A.A. van Ruler, J. Severijn, H. de Vos, H.M.J. Wagenaar.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 691. W.J. Aalders aan O. NoordmansLaren Gld.693. J.A. Cramer aan O. Noordmans →