Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

495. P. Scholten1 aan O. Noordmans

Amsterdam, 16 januari 1935

Hooggeachte ds. Noordmans,

Vergun mij een enkel woord naar aanleiding van de vervulling der vacature van kerkelijk hoogleraar. Ge zijt naar mijn mening het slachtoffer geworden van de wonderlijke combinatie van vakken aan de kerkelijke hoogleraren opgedragen.2 Voor het eigenlijke pastorale werk was inderdaad dr. Berkelbach3 de aangewezen man - hij zelf zal wel inzien dat hij voor dogmatiek niet in uw schaduw kan staan. Ik begrijp dat het feit dat ge niet benoemd zijt voor u grievend moet zijn en wil daarom niet laten van mijn grote eerbied voor uw werk te getuigen. Mij komt slechts zeer ten dele een oordeel toe, ik ben geen theoloog. Toch mag ik misschien op grond van mijn warme belangstelling in de theologie zeggen, dat ik in ons land geen theoloog ken, aan wiens oordeel ik zoveel dank als aan het uwe. Ik heb uw Herschepping nog niet geheel doorgewerkt. Het bevat compact en eenvoudig gezegd zo grote rijkdom dat het slechts langzaam kan worden bestudeerd. Ik kan alleen zeggen dat mij de lezing een voortdurende vreugde was en ik meen dat wij - christenen in Nederland in 1935 - u wel zeer dankbaar mogen zijn. Had deze teleurstelling u niet getroffen, dan zou de aanleiding ontbroken hebben u dit te zeggen. Niettemin hecht ik er aan uit te spreken dat mijn oordeel volkomen oprecht is, vrij van iedere bijgedachte u in de teleurstelling iets prettigs te zeggen. Gij zult dit wel van mij willen aannemen. Ik hoop zeer, dat u de weg gewezen zal worden hoe dit te dragen en ook, dat gij ondanks dit alles door zult gaan met uw zegenrijke arbeid. Velen zien uit naar wat de eerzame pastor te Laren ons in dit tijdsgewricht te zeggen heeft over de dingen van het allerhoogste belang. Groetend, Uw dw.

P. Scholten.

Ter vergadering van Kerkopbouw4 besloten wij dat de reorganisatie-commissie bijeen zal komen op maandag 18 februari 10 uur te Utrecht (Terminus).

(AN)

Noten

  1. 1

    P. Scholten, zie brief nr. 410 (5.3.1932), n. 2.↩

  2. 2

    Bijbelse theologie, dogmatiek, praktische theologie.↩

  3. 3

    S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel, zie brief nr. 415 (27.4.1932), n. 3.↩

  4. 4

    De vergadering van 14 en 15 januari waar ON verstek liet gaan. Zie brief nr. 490 (10.1.1935).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 494. A.M. Brouwer aan O. NoordmansLaren Gld.496. G. van der Leeuw aan O. Noordmans →