489. O. Noordmans aan K.H. Miskotte1
Laren (G.), 10 januari 1935
Waarde vriend,
Ge hebt een goed werk aan mij gedaan met uw schrijven. De brief heeft mij waarlijk getroost op een moment, waarop ik dat wel nodig had. Hij was de eerste van die aard, gisteravond, vanmorgen door enkele andere gevolgd, waaronder een van De Hartog.2 - Laat mij dadelijk zeggen, dat ik geen moeite had met de gedachte aan Berkelbach.3 Er was en is - en gij moogt hem dat zeggen als ge wilt - geen rimpel van jaloersheid op zijn persoon in mijn ziel. En er zal geen spoor daarvan zijn op mijn gezicht als ik hem ontmoet. Tegenover hem te vallen was mij - als het dan toch moest - een eer. Hij is een geweldig pastor, dat hebt ge in uw vorige brief goed gezegd. Maar wel was ik zeer terneergeslagen, toen ik zijn gezicht in het Avondblad ontdekte, waardoor mijn vermoeden - er kwam geen telegram - zekerheid werd. Die avond zou uw brief mij misschien nog weinig geholpen hebben. Maar gisteravond was mijn gemoed door gemeentelijke arbeid - vier uren catechisatie en een begrafenis - al weer wat opgeveerd. En toen kwam uw brief op het juiste ogenblik. Ik - en mijn hele gezin - zijn er zeer dankbaar voor en het heeft ons veel goed gedaan. De zaak had voor ons ook een sterk-huishoudelijke zijde. Wij zijn in de periode van studerende kinderen. Een is in Groningen en de tweede gaat, hoop ik, dit jaar naar Utrecht. Dat brengt grote moeilijkheden en waarschijnlijk zelfs onmogelijkheden mee en mijn eigen studie wordt daardoor belemmerd. Utrecht was voor ons een uitkomst geweest op het juiste moment. Het heeft niet zo mogen zijn. De eigenlijke bitterheid voor mij ligt echter hierin, dat de voorzitter van Kerkopbouw, mijn academievriend Brouwer, meende tegen mij te moeten prae-adviseren.4 Hij zei mij dat toen wij, enkele dagen voor de Synode, te Zwolle in klein comité nog eens vergaderden met het oog op de Synode, terwijl wij met z’n beiden een paar minuten op ’t perron stonden te wachten.5 Terwijl het Ontwerp-Reorganisatie, waarvoor ik de grondlijnen, de principiële toelichting en de apologie heb geschreven op de synodale tafel lag zal hij vermoedelijk verklaard hebben, dat ik te oud was om dogmatiek en kerkrecht te doceren. Nog eens hartelijk dank voor uw brief! Met vriendelijke groet, tt.
O. Noordmans.
(AKHM)