Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

909. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Leiden, 28 december 1951

Zeer vereerde Noordmans,

Het jaar mag niet oud en koud worden, zonder dat ik u nog eenmaal een groet zend. Telkens moet ik aan u denken, hoe u het maakt. En de derdehands-berichten zijn soms tegenstrijdig. Alsof een dokter of andere bezorgde bezoeker de pols voelt, zo speur ik In de Waagschaal af naar de polsslag van uw schriftuur. En telkens word ik formeel gerustgesteld en materieel verkwikt en verrijkt door wat u ons geeft. Soms kan ik het niet helemaal volgen en sta ik wat onwennig tegen de wel- en niet- (vooral de niet-) getrokken conclusies. De leer, de verkondiging van de Geest, daar gaat het me om. Het evangelie-der-heidenen en de creatieve Geest zijn één in goedheid en in wezen. Gestalten van de Heilige Geest, mengingen van ‘openbaring’ en ‘existentie’ (ik denk aan Van Rulers1 meer dan gevaarlijke definities of suggesties)2 moet men bij u niet zoeken. De bemiddeling van de Geest kan niet directer zijn dan ze is in de indirecte verbinding, die Hij slaat naar het tegenwoordig paradijs, naar het manna dat verborgen is.3 Persoonlijk-gesproken stemt dat met mijn notie van de zaak overeen. Pedagogisch voor de kerk zou het bizonder heilzaam zijn, als vandaaruit de drang naar bevinding, naar tékenen (als in de geloofsgenezing), naar liturgische ‘realiteit’ en naar politieke vormgeving ter sprake konden komen, meer uitdrukkelijk. Als ik in Gods Poorten4 lees, dan vind ik daar, bij alle verstilling, stukken verrukte taal. O! het zou schande zijn, ondankbaar te wezen, of te overvragen; het is en blijft overvloedig wat u ons en velen geeft - maar de ‘leeuwerik’ (u weet wel!),5 die hoor ik niet meer, of niet meer zo tierelierend. U houde mij ten goede, dat ik dit gemis beken. - Voor het nieuwe jaar hoop ik, dat u meer en meer zult mogen leven naar een open toekomst.6 Wees met de uwen gelukkig in elk uur, dat u nog gegund wordt. Hier-zijn is véél! en sámen-zijn onpeilbaar. Hartelijke groeten en wensen voor u en allen die u lief zijn. Uw dw.,

K.H. Miskotte.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.A. van Ruler, zie brief nr. 609 (19.10.1938), n. 27.↩

  2. 2

    Definities/suggesties van Van Ruler i.v.m. openbaring/existentie, zie diens De vervulling van de wet (Nijkerk 1947).↩

  3. 3

    Openb. 2:17.↩

  4. 4

    Gods poorten (’s-Gravenhage 1949); VW 8,101-178.↩

  5. 5

    KHM verwijst naar een passage uit de meditatie ‘Gods poorten’, VW 8, 103, waarin ON vertelt hoe hij in april 1877 op vijfjarige leeftijd aan de hand van zijn zuster Anna Psalm 24 leerde. En wanneer zij in diezelfde maand over de weg door de weilanden wandelden: ‘Dan werd het zonlicht tot een verheffing...en tot een opening naar het rijk der klare waarheid. Dan beitelde zich de leeuwerik in het blauw des hemels zijn trap, klimmende en het “lied der trappen” zingende tot de top.’↩

  6. 6

    Zie ‘Een open leven (Lukas 2: 25-35)’; VW 8, 62v. Vgl. o.a. artikel uit IdW 6, nr. 896.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 908. S.F.H.J. Berkelbach van der Sprenkel aan O. NoordmansLunteren910. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →