Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B, Lunteren

Weergave
Passages naar Readwise sturen

932. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Leiden, 1 november 1953

Zeer vereerde Noordmans,

U hebt destijds zó met mij meegeleefd toen de zware slagen mij troffen1 en hebt ook daarna u zozeer een begrijpend vaderlijk vriend getoond, dat het me raar voorkomt, u het bericht van mijn voorgenomen huwelijk per officiële kaart te doen toekomen. Ik heb mij mogen verloven met Mevrouw van Empel-van Pienbroek, châtelaine van het sociaal-cultureel centrum ‘De Pietersberg’ te Oosterbeek; wij ontmoetten elkaar voor het eerst 15 juli toen de dichters-commissie van de nieuwe psalmberijming2 daar onder mijn voorzitting vergaderde. De ervaring van deze liefde was mij naar alle zijden onverwachts - en in zeker opzicht nauwelijks welkom, wijl nauwelijks meer te plaatsen. Mijn voornemen alleen te blijven stond zo vast, dat het bijna een abstract beginsel was geworden. Deze ontmoeting en ontdekking heeft me overweldigd en òmgeworpen. Het is alles nieuw en pril. Heel de kracht van jongens- en meisjesdromen, de nog onverbruikte ontvankelijkheid voor de ons bestemde, schijnt vaardig geworden over ons. Natuurlijk zal ik in anderer oog een ‘ouwe gek’ zijn! ik kan daar geen gedachte aan geven en geen verweer komt in mij op. Dit is een Godsgeschenk, dat orde brengt, een aardse vrede en inspiratie nu voortaan. Ik spreek over iemand, die veel jonger is (37 jaar), die wiskunde heeft gestudeerd, die heel en al frans is georiënteerd, die eerder ‘vrijzinnig’ is dan ‘orthodox’, die ten enenmale de romantische obsessies mist, die mij drukken en voortdrijven, die in alle opzichten een kritische ‘Randbemerkung’ bíj mijn bestaan en streven vormt - en zegt door haar aanwezen: wees zo jong, als je bènt, wees niet zo alfa-eenzijdig, laat je niet ringeloren door de kritische geest, luister eens, of ik werkelijk zo ver van huis ben met mijn vrijzinnigheid, - en laat ons in een heilige nuchterheid leven. Wij zijn zeer gelukkig. Barth vreest, dat ik niet meer werken zal, maar hij vergist zich; dat weet ik zeker! Het was mij een behoefte, u dit in een persoonlijk-gestelde brief te schrijven, zeer vereerde Noordmans, gedenkend aan uw bijstand in zware, óók heilige, dagen. Met hartelijke groeten, uw dw.,

Heiko Miskotte.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 765 (17.10.1946) en nr. 766 (19.10.1946).↩

  2. 2

    In 1943 was door de Algemene Synodale Commissie een commissie in het leven geroepen met de taak te onderzoeken of een eigentijdse psalmberijming gerealiseerd zou kunnen worden ter vervanging van de versie van 1773. Deze Commissie voor de Psalmberijming, onder voorzitterschap van K.H. Miskotte, maakte eerst vanaf 1951 werkelijk vorderingen, nadat men in contact was getreden met de dichter Martinus Nijhoff (1894-1953). Door zijn toedoen raakten nog vijf andere dichters bij de cie. betrokken: W. Barnard (Guillaume van der Graft), Ad den Besten, W.J. van der Molen, J.W. Schulte Nordholt en Jan Wit. Ook K. Heeroma (Muus Jacobse) was bij dit ‘dichtgenootschap’ betrokken. Vgl. de informatie in het Liedboek voor de kerken.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 931. Chr. Mohrmann aan O. NoordmansLunteren933. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →