580. O. Noordmans aan K.H. Miskotte
Laren (G.), 27 februari 1937
Amice,
De rollen zijn nu omgekeerd: ik moet vertroosten en gij lijdt smart. De telkens terugkerende en historische vier synodale weken zijn om en Rome heeft gesproken.1 Er is een nieuwe kardinaal en gij zijt het niet. Vermoedens over de afloop had ik niet. Ik had gelegenheid mensen daarover te polsen, maar ze wisten het evenmin. En nu is uw vroeger eens uitgesproken gedachte, dat de practici beslag blijven leggen op de katheders der kerk, bewaarheid geworden. De synode schijnt gebrand te zijn op dezulken. Gaarne had ik u op de Groningse leerstoel gezien. Gij hebt de kennis en de gaven daarvoor. En nu de troost. Die is niet moeilijk te verstrekken. De natuur brengt ze mee. Voor mij betekende het afstel, voor u uitstel alleen. Gij zijt nog jong en wandelt langs de Groninger stoel heel rustig naar een andere. Met hartelijke groet, tt.
O. Noordmans.
(AKHM)