564. K.H. Miskotte aan O. Noordmans
Haarlem, 18 november 1935
Zeer vereerde Noordmans,
Gij vraagt - in alle ernst nietwaar? - mijn raad in zake Schilders uitnodiging (uitdaging?).1 Aan de éne kant zou ik zeggen: doen! want hij behandelt u fatsoenlijk - mij heeft hij week in week uit op de schunnigste wijze2 bestreden, zonder dat ik gelegenheid kreeg iets terug te zeggen; (bovendien vond Haitjema ’t destijd beter, ook in Onder eigen Vaandel geen ruimte af te staan voor een repliek.3 Sindsdien heb ik gezwégen ( - maar het is met Schilder intussen àl erger geworden - zie zijn jongste bijbel-van-een-boek = Wat is de Hemel?4 - Het is niet verantwoord deze schaamteloze theologia gloriae5 (bovendien vol ruggespraak met de anti-revolutionaire politiek, enz.) eenvoudig te laten gaan. De dictatuur van dit heer laat ook niet toe, dat ‘zijn’ mensen iets anders lezen. Daarom is deze uitnodiging een prachtkans! Bovendien: U moet het doen! Ik ben altijd te scherp, de mensen haten mij; u bent hun meer sympathiek en bent ook werkelijk veel rijper. U moogt rekenen op grotere ontvankelijkheid - Dus dóén! Maar anderzijds: ik weet niet of u tegen de listen en sofismen van deze cerebrale vechtjas zult zijn opgewassen. Wel in wézen, maar tactisch? Dit kan natuurlijk slechts vóór u pleiten. Weegt men het voor en tegen tegen elkaar àf, dan overweegt, geloof ik, toch het vóór! Want u treft misschien, onachterdochtig, tussen de voegen en het pantsier.6 Maar, al ligt de beslissing in deze onberekenbare schoten, ‘in de weg der middelen’ gaande, moet u vooral flink achter uit de keel praten. Niet in mijn navolging (tenzij dan formeel), want de keel is anders, uw verhemelte resonneert meer priesterlijk. Toch: àchter uit de keel! U houde mij deze commando-toon ten goede. Ik ben indringerig, maar ik meen het goed met u, en met de záák, waarom het gaat. Ik wens u zegen op de wapenen; vanuit mijn onuitsprekelijke moeheid zal het me zeker een verkwikking zijn, het zwaard uit uw mond te zien uitgaan.7 Met hartelijke groeten, uw dw.,
K.H. Miskotte.
Dank voor uw brief8 - dat zou ik bijna vergeten. Ik stel het op hoge prijs - en ’t is bij u gelukkig nog geen machineschrift. En ik bewaar àlles van u zeer zorgvuldig. KHM.
(AN)