Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

834. K.H. Miskotte aan O. Noordmans

Leiden, 31 december 1948

Zeer vereerde Noordmans,

Het is mij een behoefte u bij de jaarwisseling een groet te zenden en een zegenbede. Ik ben zo blij, dat u nog bij ons bent in het land der levenden. Het is niet alleen, om wat u schrijft; ’t is een gevoel van troost: dat zo’n man nog bestáát in deze tijden. Niettemin zou er iets verzwegen en verdrongen zijn, als ik bij deze gelegenheid niet opnieuw en nadrukkelijk uitsprak, hoe dankbaar wij zijn voor uw hulp aan In de Waagschaal. Eerlijk-gezegd had ik niet gedacht, dat u het zo lang zoudt volhouden en het bij ons zoudt uithouden. De ganse eigendommelijkheid van uw meditatieve exegesen1 wordt door een minderheid van lezers wel terdege beseft. Persoonlijk betekent het telkens zeer veel voor mij. Er zit zoveel drang in in het Wijde te wonen en er komt zoveel troost mee met de woorden. Soms kan ik het niet volgen. Zo nu de geestelijke kwalificatie van het astronomische jaar,2 die u veroorlooft te zeggen, dat 1949 geen voorzetting is van 1948, ja, dat ze niets met elkander hebben te maken. Wanneer u ook de providentia, met name de gubernatio3 als creatio continuata,4 wilt opvatten als scheiding - goed, maar dan geldt deze contingentie der vergiffenis en der vernieuwing van elk uur van elk ‘heden’ en raken we verzeild in de moeiten van het tijdsprobleem, belanden we ook in de contreien van de zaligste vermoedens - maar dit toe te passen op het zonnejaar in het bijzonder5 - het spijt me, maar ik kan het niet meemaken, ducht hier een hypostasering van de stemming, waarvan bijv. ook meester Heuvel in zijn Oud-Achterhoeks boerenleven6 de simpele tolk is (en waarvoor ik als heiden, als van vaderszijde Twentenaar en van moederszijde Oost-Fries,7 als visueel-zeer gebonden aardeling bijzonder gevoelig ben). Het is ook wonderlijk, dat deze toon bij u zich onderscheidt van de nadruk, nog in Herschepping,8 op de rànd van het kerkelijk jaar, die we met Oud- en Nieuwjaar, Dankdag, enz. bereiken. Maar laat ik onmiddellijk ophouden; het kon de schijn hebben, dat ik deze brief begonnen was om aanmerking te maken - integendeel, geheel onwillekeurig kwam ik van het een op het ander. De bedoeling is en blijft, u recht hartelijk te danken voor uw trouwe, heerlijke steun in 1948 verleend aan ons blad, aan een luistergrage ontvankelijke kring en aan mij. Slechts enkele keren liet u voor enige weken verstek gaan. Daaruit heb ik met vreugde afgeleid, dat u zich doorgaans wel bevindt - of schrijft u ook wel eens zo’n diep stuk als u onwèl, op bed, op een divan, in een ruststoel hangt? Hoe gaat het toch met uw vrouw? ik neem aan, dat ze zich in Lunteren thuis voelt; ontslagen van de druk der gemeentelijke besognes en wat de landschappelijke omgeving betreft eerder méér dan minder voorzien van goede uitzichten en stilten en belevenissen. God geve u, met de uwen, een nieuw jaar in de afglans van het Nieuwe Jeruzalem. Met vriendelijke groeten, uw dw.,

K.H. Miskotte.

(AN)

Noten

  1. 1

    Van ON verscheen in 1949 de bundel meditaties Gods poorten. In de inleiding daarvan schrijft hij: ‘De hierachter volgende meditaties hebben gestaan in het weekblad In de Waagschaal... Een vriendelijk beoordelaar noemde ze ‘meditatieve exegesen’. Met deze betiteling ben ik inderdaad niet ontevreden.’↩

  2. 2

    Zie ‘Sodom en Salem’, VW 8, 105-108. KHM verwijst hier naar Gods Poorten, VW 8, 106. Vgl. het antwoord op deze brief in brief nr. 835 (5.1.1949).↩

  3. 3

    Lat.: regering, zie H. Heppe, Die Dogmatik der evangelisch-reformierten Kirche, herausgegeb. E. Bizer (Neukirchen 1958), 201.↩

  4. 4

    Lat.: voortdurende schepping, zie H. Heppe, a.w., t.a.p.↩

  5. 5

    Vgl. brief nr. 835 (1.1.1949).↩

  6. 6

    H.W. Heuvel (1864-1926), Nederlands volkskundige, schoolhoofd, verwierf bekendheid door volkskundige en regionaal-historische publikaties w.o. Oud-Achterhoeks Boerenleven (1927).↩

  7. 7

    Miskotte’s vader Hermannus Miskotte stamde uit Den Ham Ov. en zijn moeder Titia Alagonda Haan uit een Gronings geslacht.↩

  8. 8

    Vgl. brief nr. 835 (1.1.1949).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 833. O. Noordmans aan J.J. Buskes8. Lunteren835. O. Noordmans aan K.H. Miskotte →