447. O. Noordmans aan A.M. Brouwer
Laren (G.), 22 november 1933
Amice,
Ik zit nog wat met de conferentie op maandag en woensdag met de Duitsers.1 Ik heb donderdag de lezing te Utrecht2 en zou dus de volgende week drie dagen in Utrecht moeten verblijven. Dat wordt wat veel en rooft al mijn vrije tijd. Misschien zou ik maandagmiddag dan aanwezig kunnen zijn tot 6 of 9 uur. - De vorige maal, bij het Duitse plan,3 schreef Kohnstamm4 dat reiskosten vergoed werden. Dit schijnt nu niet het geval? Ook dat is een factor waarmee ik rekening moet houden. Van Lunzen,5 de moderne kemphaan, schreef in een blaadje erg boos over mijn uitlating en het modernisme.6 In datzelfde blaadje stond een stukje van Boeke,7 waarin stond dat enkele minder gelukkige uitdrukkingen in de toelichting van de bestuurstafel af als niet zo bedoeld waren genoemd.8 Is dat ’s avonds gezegd?9 Wanneer moet de copie van ons blad Kerkopbouw bij Beerens10 binnen zijn, voor het geval ik een stukje zou willen inzenden?11 Met vriend. groet, tt.
O. Noordmans.
(AKO)