Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9B · 8. Lunteren

Weergave

784. O. Noordmans aan K.H. Miskotte

Lunteren, 16 februari 1947

Waarde Miskotte,

Je brief van 10 januari jl.1 wacht nog steeds op antwoord. Er was telkens allerlei, wat mij van een beantwoording afhield. Deze zondagavond lijkt mij een geschikt ogenblik om mij er toe te zetten. De dingen die gij aanroert zijn niet alledaags. Zij behoren - geloof ik - tot die, waarover men alleen als onwijs zijnde2 spreken kan. Om te beginnen wil ik wijzen op het jaartal van mijn meditatie over Simeon: 1912.3 De vraag omtrent de continuïteit was toen nog niet zo duidelijk gesteld. Toch zou ik het nog geheel voor mijn rekening willen nemen. - Wel versta ik je uitlatingen over de verwondering over de aarde. Ik behoor niet tot de in engere zin ‘vrome’ naturen, maar ben in zekere zin een geboren humanist. Toch kan ik niet leven en ook niet theologiseren zonder ‘flitsen’. Ik hecht aan datgene wat God twee- of driemaal aan een mens doet (Job 33:29).4 Ik luister naar stemmen van achter een schot en teksten die door de zoldering komen. Zij vragen een eigen uitlegging en brengen een bijzondere theologie mee. Zij zijn niet geschikt om er veel over te spreken. Zij kunnen beslissende invloed op ons leven hebben. Het ‘taliter’ omvat het ‘aliter’. Het lijdt geen versterking met een ‘totaliter’, zoals het ‘aliter’. Hoogstens een herhaling der verwondering taliter, taliter. Twee- of driemaal. Het ‘aliter’ is het infinitesimale,5 het begin of einde van een oneindige reeks; het vraagt om een ‘totaliter’. Het ‘taliter’ omvat de hele reeks; maar is voor ontleding niet vatbaar. Het heeft deel aan de ‘eenvoud’ Gods. Dit ‘taliter’ kan gevaarlijk worden, als het van de omtrek naar het midden komt, als de glorie het kruis te niet doet, de eeuwigheid de tijd; als het schouwen het geloof wil aflossen, de roem de lijdzaamheid wil vervangen; het oordeel de barmhartigheid. Plato kan totaliter worden, maar juist omdat hij het aliter verabsoluteert. Jezus Christus echter draagt het kruis en is zachtmoedig en barmhartig, juist omdat Hij dat niet doet en het taliter behoudt. Weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is6 en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.7 Hier kan alleen het ‘taliter’ dienen. Het ‘totaliter aliter’ is een onheilig ‘taliter’, dat het gelijke heimelijk wil besluipen. Dan komt men terecht bij de onbarmhartige dienstknecht, die de gelijkenis tussen de penning en de 10.000 talenten niet ziet.8 Ook Paulus heeft het taliter als de alomvattende kring van zijn theologie. Het is het bevruchtend beginsel van zijn leven en denken. Ook hij heeft het ‘twee of driemaal’ in zijn leven,9 een onwijs spreken. Het is ook het: ‘Non possum, Raynalde’, van Thomas.10 Dat is iets anders dan zijn analogie als theologisch instrument. Ik hoop dat gij deze opmerkingen, die niet als wijsheid zijn bedoeld, wilt laten gelden voor wat zij willen zijn: briefklanken. Ik wil je verder nog danken voor de wijze waarop je mijn Zondaar en Bedelaar in In de Waagschaal ter sprake hebt gebracht.11 Pastoraal is meestal beschamend voor de pastor zelf; de zegen is van God. Van Ulzen heeft geen recensie-exemplaren, zodat ik er niets over gehoord heb. Enigszins benieuwd was ik naar de beoordeling van het titelstuk.12 De andere bundel13⚑ moet nog komen. Ik heb er verleden jaar reeds met Van Ulzen over gesproken, maar ik ben nu eenmaal wat traag in die dingen. Dit voorjaar hoop ik er werk van te maken. - De aftrek van Zondaar en Bedelaar is goed. Met blijdschap vernam ik dat je staande blijft en het leven, zoals het nu voor je ligt, hebt aanvaard en daarin een zegen hebt ontvangen. Het is een geweldige taak de overgang te volbrengen van het verleden naar dit heden en de toekomst. In de schoot dier toekomst liggen grote mogelijkheden. God zal ze geleidelijk wel voor u doen klaren. Wat daaruit voortkomt zal echt geboren moeten worden. Onze tijd is zwanger van nog verborgen verschijningen. De weg, die God met u hield, was van een buitengewone diepte. Zijn wijsheid zal ook zeker daarin gerechtvaardigd worden. Inmiddels blijf ik uw hartelijk meelevende vriend,

O. Noordmans.

(AKHM)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 778 (10.1.1947).↩

  2. 2

    Vgl. 2 Kor. 11:23.↩

  3. 3

    De meditatie ‘Een open leven’ schreef ON toen hij predikant was te Suameer voor het Hervormd Zondagsblad voor de provincie Friesland.↩

  4. 4

    Zie Job 33:26-30.↩

  5. 5

    Infinitesimale, ON maakt vrij gebruik van een wiskundige term.↩

  6. 6

    Matth. 5:48.↩

  7. 7

    Bede uit het ‘Onze Vader’, Matth. 6:12.↩

  8. 8

    Matth. 18:23-35.↩

  9. 9

    2 Kor. 12:8 en 13:1.↩

  10. 10

    Thomas van Aquino (1225-1274) had bij het opdragen van de mis op 6 december 1273 in de St. Nicolaaskapel te Napels een ervaring, door sommigen als visioen, door anderen als geestelijke ineenstorting gewaardeerd, die het einde betekende van zijn werkzaamheden. Op de vraag van zijn secretaris Reginaldus waarom hij het werk aan de ‘Summa’ niet voortzette, antwoordde Thomas: ‘Reginaldus, ik kan het niet, want alles wat ik geschreven heb, lijkt me stro.’↩

  11. 11

    ON doelt op Miskotte’s artikel ‘De pastoor over de vloer’ IdW 2 (1946/47) nr. 19, 3.↩

  12. 12

    De meditatie over Lukas 18:9-14 en Lukas 16:19-31, getiteld ‘Zondaar en Bedelaar’.↩

  13. 13

    ON doelt op de bundel Zoeklichten, die in 1949 verscheen bij Uitgeversmaatschappij Holland te Amsterdam.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 783. D. Tromp aan O. Noordmans8. Lunteren785. O. Noordmans aan J. Roodenburg →