Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Idsegahuizum en Piaam

Weergave
Passages naar Readwise sturen

169. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Haamstede, 1 februari 1903

Amice frater, collega,

Vandaag hebben wij reeds enige keren vertoefd in de pastorie van Skuzum. We hebben je zien zitten onder de bevestigingspreek van je zwager; we hebben de drukte in de pastorie opgemerkt tussen de beide godsdienstoefeningen in, pastores die elkander interviewden, dienende nichtjes en ernstige gezichten van de ouderen, terwijl in de studeerkamer in de stilte de jonge pastor zit; we hebben je hart voelen kloppen, toen je ’s middags optrad voor je eigen gemeente, nu zelf moetende brengen woorden des levens, nu zelf vaste lijnen moetende trekken waar dikwijls nog zo veel vaag is. Als men dat zelf pas heeft doorgemaakt en nog telkens weer doormaakt, dan leeft men dubbel mee met een dag van intrede van wie men enigszins kent in zijn geestelijk leven. En nu zien we in een of andere kamer om een feestelijke dis een gemengd gezelschap van ouderlingen en predikanten en vrouwen met floddermutsen en dames - daar dampt de koffie, daar geuren tulbanden en Friese koeken, daar klokt de wijn uit de nauwe fles, en om aller hoofd een blaureool van tabakswalm, opstijgende uit nog smetteloos blanke Goudse pijpen of scherp riekende sigaren met mooie witte as, die zonder eerbied langs menig vest neerdaalt op de vloer. En temidden van dit alles onze vriend, de jonge dominee. En daar wordt menig ernstig woord gesproken - gelukwens - verwachting - goede raad - opwekking. Ook menige toespeling of rechtstreekse aanwijzing, dat de vrouw des huizes mist. Zo stel ik mij op dit ogenblik (’s avonds acht tot negen) de kring in de Skuzumer pastorie voor. En als ik daar goed over denk, dan voel ik toch, dat wij hier heel ver van alles af zitten. Want de lust heeft mij al meer dan eens bekropen, om toch eens te zien hoe je daar nu wel zit. Goed, dit gaat niet. ‘Overwegende redenen’ waren er om een (zo ’t kan) tijdelijk isolement te verkiezen en mijn grootmoeder, die een verstandig mens is, heeft me altijd geleerd, dat we niet van alle wallen tegelijk kunnen eten. Nu wij dus niet persoonlijk onze belangstelling kunnen tonen, nu steken we in gedachten onze hand uit, over rivieren en zeeën, tot hartelijke gelukwens. Het is onze innige bede, dat het je in deze je eerste gemeente en verder in je gemeentelijk werk goed moge gaan; dat je er een zegen moogt wezen en een zegen moogt ontvangen. ’k Merk dagelijks hoe moeilijk het pastorale werk is en ik kan niet zeggen, dat ik die moeilijkheden zo schitterend overwin. Teleurstelling is na verloop van tijd ook de ervaring van de meesten, geloof ik, maar wat mijzelf betreft, dan heb ik dat ook wel aan mijzelf te wijten, hinkende op twee gedachten: praktijk en studie. Je zult daar misschien niet zoveel last van hebben: ik weet niet hoe groot je gemeenten zijn, maar de mensen zouden je ’t liefst elke week een keer zien! Nu heb je geen vrouw en loopt dus allicht vaker er uit. Ook zul je waarschijnlijk beter de snipperuurtjes weten te gebruiken voor studie. Menig gezin heb ik hier nog niet thuis getroffen en zo ben ik altijd nog bezig met huisbezoek. Ook dat is verkeerd: ik had dat dadelijk beter moeten aanpakken. Toen ik ze de eerste keer niet thuis trof, dadelijk een tweede keer proberen. Als je allen gesproken hebt, sta je zoveel rustiger. Nu wordt het hoe langer hoe gekker ze nog niet gesproken te hebben. Afijn. We zijn tegenwoordig in de periode dat we de uiterlijke ondeugden leren kennen. ’k Stel het me zo voor: eerst zie je de uiterlijke deugden - ’t lijkt alles mooi en lief; dan zie je de in ’t oog springende ondeugden - ’t lijkt of alles tegenvalt; dan kom je tot ’t eigenlijk karakter, allereerst ook weer meer de goede eigenschappen dan de slechte. Velen gaan voor die tijd weg en ik geloof dat maar weinigen de goede en de slechte eigenschappen leren kennen. Dat is gemeente-filosofie. ’k Zou je veel bijzonderheden kunnen schrijven, maar dat leent zich zo slecht voor briefschrijven. We zitten nu ver van elkaar af. Laten we elkaar niet vergeten. Schrijf ons eens spoedig iets van je eerste indrukken. Wij komen in februari in Friesland. Bon de 4de februari; ik de 17de; veertien dagen waarschijnlijk. Met hartelijke groeten, tt.,

Bon en Nus.

(AN)

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← Idsegahuizum en PiaamIdsegahuizum en Piaam170. Ouders aan Oepke →