491. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 11 januari 1935
Amice frater,
Ik wil deze week waarin door de synode zoveel beslist werd over je persoon en ons gezamenlijk werk,1 niet laten voorbijgaan zonder je te schrijven. Het is om je de verzekering te geven, dat ik gevoel wat dit alles voor je moet betekenen. Al was het mij niet mogelijk je zo aan te bevelen2 als ik om onze vriendschap wel had willen doen, geloof mij dat er in mijn gevoelen ten opzichte van je persoon niets is veranderd. Had de synode je benoemd, ik zou je graag naast mij hebben gezien. Hoe het nu verder met Kerkopbouw zal gaan, weet ik niet. Ook niet, welke positie ik zelf daar tegenover zal innemen. ’t Zijn dagen van veel overweging. Met hartelijke groeten, tt.
A.M. Brouwer.
(AN)