Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Suameer

Weergave
Passages naar Readwise sturen

310. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Oegstgeest, 17 juli 1919

Amice frater,

Waar zijn in onze tijd de mensen die lange brieven schrijven? die persoonlijke brieven schrijven? Zo een verzuchting in des referenten opstel, studie - hoe te noemen? - over ‘Gemeenschap en Persoonlijkheid’.1 Dit was een vriendelijke aansporing voor degenen die met een overdrukje verblijd worden, nu ook eens een fatsoenlijk briefje te schrijven. Inderdaad, de tijd voor correspondentie er af genomen, is niet heel ruim. En vooral tegenover mijn Indische leerlingen en vrienden voel ik dit als een groot tekort. Een mens gaat nu eenmaal maar ‘eenen gang’, en misschien is die gang vaak te zakelijk. Maar hoe dit zij, nu geen zakelijk betoog, maar allereerst een hartelijke gelukwens met des pastors verjaardag, in Frieslands Walden gevierd. Moai sunder weargea binne de walden! ...2 Misschien dat de verjaardagsstemming dat weer eens opmerkt. De natuur een onuitputtelijke bron van genot, omdat zij is het werk van Hem die de overvloedige fontein is van alle goeden; Die daarboven en daarachter ook nog des Geestes overig heeft. Laat die je in ’t nieuw begonnen jaar tot een steun en tot een leidsman zijn, dat het in en door en trots alles toch wordt een frui Dei.3 Ik hoop ook dat de huiselijke omstandigheden daartoe mogen medewerken en ziekte en ongesteldheid geheel zullen mogen wijken. Dan moet ik ook nog vriendelijk danken voor de overdruk. Waarop ’t slot nog volgt. Misschien wel goed, om ons deze zware spijs bij mondjesmaat toe te meten, opdat wij ze goed zullen kunnen verdragen. Ik heb met evenveel, zo niet met nog meer genoegen ’t stuk gelezen als toen ik ’t hoorde. Er is een grote strijd in het persoonlijk doorwerken van allerlei verhoudingen en toestanden, waarvan wij ons dikwijls liever met een theorie af willen maken. ’t Hele leven is eigenlijk een voortdurende waag. Heeft Chesterton ’t niet gezegd, dat we als op een smal voetpaadje door een aan weerszijden dreigend moeras lopen; dat is christelijk leven. ‘Levensspanning’ zeg je. Hoezeer hebben wij behoefte daarbij ons vast geleid, ons gedragen te weten door een Macht die zich niet vergist en ook door moeite en verdriet onze gang vast wil maken. Bij ons hier is de toestand nog onveranderd. Bon nog altijd niet terug, met nog heel weinig vooruitgang in haar toestand, terwijl de dokter goede moed op volkomen beterschap blijft houden, en de kinderen gelukkig gezond. Zelf ben ik nu aan ’t vacantie houden, dat wil zeggen aan een extra veel studeren, om wat nog niet gereed was af te maken. Eind juli, begin augustus zal ik in Lunteren een zendingscursus op de Conferentie houden, waarvoor ook nog heel wat gedaan moet worden. Schrijf eens hoe ’t jullie gaat. Hartelijke groeten, ook aan je vrouw en kinderen, tt.

N. Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie V.W. I, 205-230, 227 noot 1.↩

  2. 2

    Fr.: mooi zonder weerga zijn de wouden, dit is een citaat uit een gedicht (een nog altijd geliefd lied in Friesland) van Harmen Sytstra, zie brief nr. 268 (10.7.1910), n. 3.↩

  3. 3

    Lat.: frui deo = genieten van God.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 309. O. Noordmans aan G.A. WumkesSuameer311. J.A. Cramer aan O. Noordmans →